Anke werkte voorheen in de kinderopvang en is daarom behalve leesconsulente dBos ook onze specialis

woensdag 16 april 2014

Voorleesvaderselftal

Selectie Vaders Voor Lezen-elftal bekend

In de Amsterdam Arena is het volledige Vaders Voor Lezen-elftal gepresenteerd: Thomas Berge, Leo Blokhuis, Job Cohen, Eric Corton, Beau Van Erven Dorens, Dennis van der Geest, Ronald Giphart, Ruben Nicolai, Bastiaan Ragas, Jeffrey Spalburg en Bram van der Vlugt.
Het elftal is boegbeeld van de campagne Vaders Voor Lezen en zet zich de komende twee jaar in om mannen te enthousiasmeren zelf meer te lezen én meer voor te lezen aan hun (klein)kinderen.

Voorbeeldfunctie

De vaders uit het elftal vormen het gezicht van de campagne, en zullen vanuit hun voorbeeldfunctie alle vaders van Nederland aanmoedigen om vaker een boek te pakken. Ze laten zien dat (voor)lezen leuk en nuttig is: iets om tijd voor vrij te maken. Om aandacht te vragen voor het voorlezen gaan de bekende vaders onder andere ‘optreden’ in bibliotheken en scholen.
Mirjam Oldenhave, schrijfster van onder meer de boeken over Mees Kees, werd eerder al beëdigd als coach van de campagne. Zij staat het elftal bij om vaders te helpen voorlezen.
Onderwijsminister Jet Bussemaker is erg te spreken over het initiatief en hoopt dat vaders zich laten inspireren door het elftal: “Dit voorleesvader-elftal laat andere vaders zien hoe leuk en nuttig voorlezen kan zijn. Het voorlezen van een prentenboek of spannend kinderboek bevordert niet alleen de taalontwikkeling en de woordenschat van jonge kinderen, ook stimuleert het de fantasie. Met als belangrijkste winst dat kinderen door voorlezen straks zelf meer gaan lezen.”
Vaders scoren met voorlezen
Het elftal is gepresenteerd tijdens Lezen Centraal, het jaarlijkse congres van Stichting Lezen. Tijdens de opening van het congres benadrukte Gerlien van Dalen (directeur Stichting Lezen) waarom juist een vaderlijk leesvoorbeeld van belang is. Zo kunnen vaders laten zien dat lezen ook een activiteit voor jongens is. Vaders voegen bovendien iets toe aan de leesopvoeding: vaders en moeders hebben een ander taalgebruik en verschillende voorleesstijlen. Een kwartier voorlezen per dag is een waardevol moment tussen vader en kind en versterkt hun band.
logo_vvl
Vaders Voor Lezen

De campagne Vaders Voor Lezen wordt mede mogelijk gemaakt door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en wordt georganiseerd door de Leescoalitie, een samenwerkingsverband tussen Stichting Lezen, Stichting CPNB, Stichting Lezen & Schrijven, het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken en de Vereniging Openbare Bibliotheken. Met Vaders Voor Lezen stimuleert de Leescoalitie vaders en grootvaders om meer (voor) te lezen.
bron: http://www.primaonderwijs.nl/ko/selectie-vaders-voor-lezen-elftal-bekend/

donderdag 10 april 2014

Van die pareltjes

Tja, waar moet je nou beginnen als je met 5 boeken de deur uit gaat? Eerst dacht ze dat ze Mijn bijzonder rare week met Tess zou gaan lezen. Want iedereen in de klas wilde dat boek. Steeds uitgeleend natuurlijk. En zij kwam hem tegen in de openbare bieb, dus die keuze was snel gemaakt. Vanmiddag kwam ik haar tegen op het schoolplein: 'Hai juf, ben toch eerst in Hoe overleef ik... begonnen.' Ik: 'Had je toch niet zo'n zin in Tess?' 'Ja wel, die lees ik nu, want die andere heb ik al uit. Twee dagen,' grijnst ze me trots toe. 



Haar juf (groep 7) vertelde me op datzelfde plein dat ze bij een flink aantal kinderen in haar klas het leesgedrag ziet veranderen en vooral het plezier ziet toenemen. 'Nadat er een stukje uit is voorgelezen, wil echt iedereen dat boek ook lezen. Ze komen mij vertellen hoe leuk het boek is. Ze spreken af wie er daarna aan de beurt is en dat er toch echt dóórgelezen moet worden.'  

Inderdaad, zo simpel kan het soms zijn: een stukje voorlezen, samenvatten en iets verderop de draad weer oppakken. Zo komen ze een beetje in het verhaal. Voor een paar kinderen is dat voldoende. Als zij het inderdaad leuk genoeg vinden, doen zij onbewust de rest van de promotie. En mijn missie op de Kinderjury te promoten is geslaagd. 

Nog zo'n constatering waar ik warm van word. De meester (groep 6): 'Vanmorgen kwam P. naar me toe: "Meester ik was vanochtend al om zes uur wakker." Oh, da's balen, zei ik toen. "Nee hoor, helemaal niet! Ik ben in bed gaan lezen." Daar word je toch blij van?' 

Ikke wel, mees! 

En dan nog onze kleine vriend uit groep 4. Tijdens een gastles raakten we in gesprek over zijn dwarse bui van dat moment. Alles al gelezen. Vindt ie. Niks is leuk. Denkt ie. 'Weet je wat je doet? Kom naar de bieb, vraag naar mij en we gaan samen zoeken.' En inderdaad, hij meldde zich keurig netjes, hing zijn jas op en zette de knop om. Rende als een dolle van de ene kast naar de andere, trok boeken uit de kast, ging zitten om te kijken, liet zijn oog weer op iets anders vallen, bedacht zich, wist niet wat ie kiezen moest en riep opgewonden door de bieb 'Hoeveel mag ik eigenlijk? ...  Tién? Écht?'. Ging na een half uur hieper de pieper met twee boeken naar huis. Volgende week zie ik hem weer tijdens de gastles. Ben benieuwd!  



dinsdag 25 februari 2014

Fantastische voorleesmiddag met twee Voorleeskampioenen





Ik geloof niet dat er vorige jaren zoveel meesters en juffen waren om de voorleeskampioenen van hun school aan te moedigen tijdens de lokale ronde van De Voorleeswedstrijd. Vaders en moeder, opa’s en oma’s, broers en zussen, dikke vrienden en hartsvriendinnen waren natuurlijk ook van de partij in de bieb. Twaalf leerlingen mochten hun school vertegenwoordigen en dat hebben ze geweldig gedaan. ’t Was best een lange zit, maar het verveelde geen moment. Deze geoefende voorlezers hadden heel afwisselende fragmenten gekozen uit boeken van bekende en minder bekende schrijvers. Grappige stukjes kwamen voorbij maar ook trieste passages waar iedereen even stil van werd. Zoals Jennifer, die afgelopen jaar deel uitmaakte van het Capelse Kindercollege  waar zij het initiatief nam tot een Anti-Pestcampagne. Toen zij uit Spijt! het stuk voorlas waarin de klas afscheid neemt van Jochem die wegens pestgedrag zichzelf verdronken had, moest het publiek wel even slikken. Ook Isabel koos voor een wat triester stuk uit Hoe overleef ik een gebroken hart waarin iemand doodgaat 

De boeken van Carry Slee kwamen in deze voorleesreeks vier keer langs. Isa beet het spits af met een mooi stuk uit Vals! Altijd lastig, de eerste zijn, maar ze draaide daar haar hand niet voor om. Toen Naomi als tweede voorlas uit Lover or loser (ook van Slee) wist de jury meteen dat het moeilijk zou worden. Wat zijn ze goed dit jaar! 
  
Naast bekende namen als Slee, Oomen en Van Loon werden ook nieuwere en/of minder bekende schrijvers gepromoot. Zo trakteerde Kaynaat ons op een stuk briefwisseling tussen een jongen uit 1944 en een meisje van nu.  'Mijn boek heet Post uit de oorlog en Anna Woltz is echt mijn lievelingsschrijver.’

Cyanne koos niet voor haar favoriete schrijver maar voor haar lievelingsonderwerp: dansen. Vorig jaar mocht ze met haar dansgroep meedoen met de voorrondes van het tv-programma Everybody dance now. Ze haalden de uitzending niet, maar het was wel een enorm leuke ervaring. Vanzelfsprekend dat een boek als Starschool dan te gek is om (voor) te lezen. 

Siënna vindt zichzelf niet zo’n lezer, maar door voor te lezen aan haar vier broertjes en één zusje heeft ze duidelijk talent ontwikkeld. Ook zij koos voor een boek dat niet alle leerlingen kennen: C-brieven van Marina Defauw. Alexander is naar eigen zeggen ook meer van de cijfers dan van de letters. Hij is gek op rekenen en wil daar later ook echt iets mee gaan doen, maar voorlezen uit een lekker jongensboek als De grijze jager gaat hem zeker niet verkeerd af. Julian, de tweede jongen tussen tien meiden, is daarentegen wel een echte lezer. Hij houdt er van, doet het vaak en graag. Vorig jaar hield hij zijn boekbespreking over Leeuwenroof van Paul van Loon. Dat pakte goed uit en hij koos dat fragment ook uit voor deze wedstrijd. Dila kwam eveneens met een goed voorbereid stukje van Van Loon het podium op. Zij won vorig jaar tijdens de voorleesvoorronde op school Weerwolfnachtbaan en bedacht dat dit boek haar vanmiddag misschien geluk zou kunnen brengen.

Een mooi nieuw boek kwam voorbij toen stoere Nusaiba (‘Zenuwachtig? Nee hoor!’) haar Carry Sleefragment op het laatste moment opgaf en voor Spinder koos, de winnaar van de Gouden Griffel van het afgelopen jaar. Wie er aan begint vindt het zeker mooi.


En last but not least was Misha aan de beurt. Starten is spannend maar afsluiten ook! Maar van verslapte aandacht was gelukkig geen sprake toen Misha in de stoel zat en begon te lezen in Hoe overleef ik de brugklas. Dat zij –volgend jaar zelf een brugklasser- zich goed kon inleven was duidelijk te zien en te horen. En dat het inderdaad niet least was hoorden we 10 minuten later van de vakkundige jury: Patricia van Schaik van De Voorleesexpress en onze eigen voorleescollega Ellen Hamerslag. Misha (Kortland) bleek samen met Dila (Contrabas)  de kampioen van Krimpen en Capelle. Zij mogen door de regionale ronde in Schoonhoven op 12 april. Zet hem op meiden! 


Dila leest uit Weerwolfnachtbaan

Misha leest uit Hoe overleef ik de brugklas



donderdag 13 februari 2014

Boeken voor jongens!

Zeer zeker niet met de bedoeling om onaardig te doen, maar hij zei het toch maar even: ‘De aanleiding zit voor mij.’ Gelukkig wel met een knipoog, maar daarom niet minder waar. Daniël Albering van kinderboekwinkel De Kleine Kapitein in Rotterdam doelde op ons. Wij vrouwen zijn de aanleiding van de aandacht die hij vraagt voor jongens. Boeken voor jongens om precies te zijn. ‘Als je als jongetje geboren wordt, kom je meteen in wereld vol vrouwen: mama, de mevrouw van het consultatiebureau en de vele juffen op de basisschool. Als het gaat om lezen en boekadvies, gaat dit nog even door bij de dames in de bibliotheek. En ook bij mij in de boekwinkel werken vooral vrouwen. En vrouwen zijn anders dan mannen. Ze kiezen en adviseren ook anders dan mannen.’

Daniël Albering deelt zijn zorg over en roep om aandacht voor deze kwestie met kinderboekenschrijver Tjibbe Veldkamp die zijn standpunt in meerdere artikelen verspreidt. En meer en meer mensen worden zich hiervan bewust. Voor ons reden om er een Open Boek Netwerkmiddag voor leerkrachten aan te wijden.

Dat jongens in zijn algemeenheid meer lees- en leesplezierproblemen ervaren dan meisjes mag bekend zijn. Dat heeft met een aantal aspecten te maken. Ten eerste is daar de aandachtscurve. ‘Die is bij jongens gewoon veel korter dan bij meisjes. Herken je die jongens? Boek uit, volgende. Uit, volgende, uit volgende. Een daarmee komen we meteen bij het tweede aspect, want als het aanbod van boeken die zij leuk vinden dan klein is, tja…’ aldus Daniël.

Voor zijn eigen zoon bleek een mooi geïllustreerde dierenencyclopedie de oplossing. Op woensdag lazen ze De Reptielen. Op donderdag De Geleedpotigen en op vrijdag De Gewervelden. ‘We hebben zo wel een jaar in dit boek gelezen. Informatieve boeken schenken jongens over het algemeen veel plezier. En onderschat het effect op de woordenschat niet. Je zult je verbazen over dat kind in je klas dat vaatwasmachine niet kan lezen maar moeiteloos door Tyrannosaurus Rex en al zijn kenmerken vliegt.’

Als het over speelgoed gaat, dan behandelen we jongens en meisjes volgens Daniël wel verschillend. En loop inderdaad de speelgoedwinkel maar eens binnen. Links staan de poppen, de make-upjes en de roze spulletjes, rechts staat het speelgoed voor jongens: schieten, bouwen, vechten en andere wilde dingen. Ook op de populaire spelletjessite spele.nl is in één oogopslag te zien wat voor meisjes -en vooral niet voor jongens- bedoeld is.


Natuurlijk, je kunt er wat van vinden. Eén van de leerkrachten associeerde deze nieuwe trend om jongens- en meisjesboeken van elkaar te scheiden met ouderwets. ‘Ik kan wel meegaan in dit verhaal, maar om nu een kast te maken met jongensboeken en een kast met meisjesboeken gaat me wat ver. Ik ben daar niet voor.’ Feit is wel dat de verschillen er zijn tussen jongens en meisjes. Een andere leerkracht reageerde met een zucht van verlichting: ‘Ik vind het juist fijn dat we eindelijk weer eens mogen vaststellen dat jongens geen meisjes zijn.’ In de boekwinkel merken ze ook dat dit onderscheid werkt. Door de jongensboeken apart te zetten zijn ze vindbaar voor jongens. En dat vinden ze fijn. 

En gelukkig weet Daniël zijn stelling ook te nuanceren. Want natuurlijk zijn er meisjes die dit ook leuk vinden. Die zijn vanzelfsprekend welkom om óók in die kast te kijken. Zijn punt van de middag: niet de meisjes hebben de aandacht nodig, maar de jongens. Simpelweg omdat zij meer moeite hebben met lezen, het leesplezier minder ontwikkelen en/of vasthouden en ook omdat het aanbod voor deze groep gewoon echt kleiner is dan voor meisjes. En om goed te lezen (erg handig voor de Cito) moet je kilometers maken en dat gaat het beste in boeken die je leuk vindt. Series zijn daarvoor bijzonder geschikt. Vind je het eerste deel leuk? Dan vind je dat van de rest van de serie meestal ook. Dát zorgt voor kilometers.



Tijdens zijn betoog werden we getrakteerd op een uitgebreide boekenshow met voorgelezen en vertelde verhalen uit prentenboeken (waaronder Roek de ridder en Helden op sokken). We kregen een inkijk in allerlei meer en minder bekende Wist je dat?-boeken die ook zijn verschenen in de lagere avi niveau’s voor de beginnende lezers. Evenals de wat stoerdere eerste leesboekjes zoals bij voorbeeld: het boek van teun. 



En wat dacht je van moppenboeken? Moppen zijn kort. Dat is al fijn. En ze zijn grappig. Ook erg in trek. En er zit altijd wel een taaldingetje in. Moppen zijn heel geschikt voor de ontwikkeling van leesbegrip. Maar vooral ook lekker ontspannend. Een leerkracht groep 8 beaamde dit: ‘Ik merk dat de jongens in mijn klas momenteel allemaal moppen- of stripboeken bij zich hebben voor na de Cito.’ 

Dat past ook goed in de huidige trend die vooral op humor is gericht. Je merkt het aan de populariteit van de Leven van een loser-boeken. En aan de boeken die daar op lijken en meeliften op dat succes zoals Hugo’s masterplan en de boeken van Niek de Groot en Tom Groot. Ook erg leuk is Oma Boef (Daniël: ‘Ik schat hem in als een nieuwe Roald Dahl’) en voor de boom-klim-jongens is inmiddels het tweede deel verschenen van De waanzinnige boomhut, prachtig vertaald door Edward van de Vendel. De boeken van Het reuzenrad mysterie zijn een beetje te vergelijken met de De Vijf-boeken die wij vroeger lazen. Boy 7, superspannend. Al is ie vooral geschikt voor de wat betere lezer.



‘Weet je, ik ben boekverkoper. Maar feitelijk zijn jullie dat ook. Laat de boeken zien als ze je school binnenkomen. Aan je collega’s en aan de kinderen. Neem de tijd om ze te bekijken en er iets over te vertellen. Veel leerlingen hebben een zetje nodig. Lees het eerste hoofdstuk samen. Ik deed dat ook met mijn eigen zoon. Gewoon om hem het boek in te verleiden. De laatste vakantie had hij Spinder meegenomen. Hij deed van alles, maar Spinder bleef liggen. Tot we samen het eerste hoofdstuk lazen. Vier dagen lang heeft hij met het boek op een bedje in de zon gelegen.’

En dat Daniël deze kunst van het verleiden verstaat was tijdens de voorleesfragmenten en de reacties na afloop wel duidelijk. ‘Ik werd er zo hebberig van!’

Toen we tot slot de bieb nog even inliepen om met de nieuw opgedane kennis jongensboeken te lenen voor school, zei een kleuterleerkracht:  ‘Oh dat vind ik nou zo leuk. Ik zie hier mijn kinderen rondlopen. Met het boek waarover we in de klas sinds twee dagen werken.' 




woensdag 29 januari 2014

Minilessen in de NT2 groep

De minilessen lezen hebben zich uitgebreid naar de NT2-klas en ik kan je vertellen: da's een behoorlijke uitdaging. En wat mij betreft ook een erg leuke uitdaging. 

Steeds meer onderzoek laat zien dat het lezen van boeken enorm bijdraagt aan het uitbreiden van de woordenschat (bekijk deze brochure eens en/of lees dit artikel). En als deze kinderen íets nodig hebben dan is het uitbreiding van hun woordenschat. En dat boeken lezen daarbij helpt weet ik niet alleen uit onderzoek, maar ook uit eigen ervaring. Hoe moeilijk het ook is om iets te lezen in de taal die je leert, je pikt er altijd dingen van op. Ik merk het zelf en ik hoor het van anderen die een taal onder de knie willen krijgen. Ik woonde ooit een lezing bij van Kader Abdolah waarin hij vertelde dat hij, in Nederland aangekomen, zo snel mogelijk de taal wilde leren. Hij stapte naar de bibliotheek en vroeg om kinderboeken. Hij begon met de verhalen van Jip en Janneke en schopte het na jaren tot schrijver van Nederlandse boeken. Ok, zijn uitspraak mag dan met accent zijn, maar een grote Nederlandse woordenschat heeft hij! Omdat hij las, was zijn eigen verklaring.  


De NT2-groep dus. De één zit al een jaar in deze groep, de ander ging tot vijf maanden geleden nog niet naar school maar hoedde geiten en nummer drie kan prima lezen en schrijven maar dan in het Spaans en Engels. Hij hoorde deze maand zijn eerste Nederlandse woorden. Ga er maar aan staan. Gelukkig vinden ze boeken lezen enorm leuk en dat helpt. 


Waar de aandacht bij groep 4 vooral uitging naar het kiezen van een 'passend boek', richten we ons hier vooral op nieuwe woorden en/of moeilijke woorden. Ze vertellen elkaar wat ze geleerd hebben en de leerkracht hangt de woorden in de klas en bespreekt ze iedere keer opnieuw. Zo was maandag het woord 'graag' uitgebreid aan bod geweest. Vandaag las ik een verhaaltje voor waarin de uitdrukkingen 'dol zijn op' en 'gek zijn op' voorkwamen. Na wat toelichting maakten we wat zinnetjes en plots viel bij Adbi een kwartje: 'Ik ben gek op playstation. Ik doe graag playstation. Zelfde!'. 

woensdag 8 januari 2014

Nog steeds druk bezig met de leesgesprekken in groep 4. Vorige week bekende Liciano: 'Ik kijk de plaatjes.' Vandaag selectie mee. Hij koos voor De Maan en Ridder Florian. Na afloop zei ie dat het goed was gegaan, vroeg ie spontaan of ie een stukje mocht voorlezen in de klas en vond ie het lezen superleuk!


Roodkapje


Voor een nieuwe leskist over sprookjes wilde ik voor een middenbouwgroep eens ingaan op de symboliek ervan. Sprookjes worden, zo blijkt uit cijfers in de leesmonitor, helemaal niet zo graag gelezen door kinderen in midden- en bovenbouw van de basisschool. En laat ik er nou dol op zijn (soms mag je ook best een beetje leesbevorderen naar eigen smaak..)

Al gauw viel de keuze voor het sprookje waar de leskist rondom zou worden opgebouwd: Roodkapje.
Een persoonlijke favorietje, maar ook een sprookje dat in tientallen, misschien wel honderden versies is verschenen.
De symboliek van Roodkapje bleek niet echt aan te sluiten bij de belevingswereld van kinderen uit groep 5.
Het rode kapje staat voor de eerste menstruatie, de wolf voor de fatale man, en grootmoeder voor de oervrouw, kijk hier zelf maar. Interessant, maar dit wilde ik de leerkracht niet aandoen.

Een ander uitgangspunt dus. Omdat we erg bezig zijn met de minilessen leesbevordering, heb ik ook hier een miniles bij geschreven. In dit geval over Roodkapje, de Wolf en hun karaktereigenschappen. Met name Roodkapje heeft nogal wat gedaantes gehad. En welke eigenschappen horen er bij haar?
Onschuldig, behulpzaam en lief, maar in sommige versies is ze ook brutaal en impulsief.
De kinderen wordt gevraagd om verschillende versies door te nemen, en er de eigenschappen bij te noemen waarvoor ze 'bewijs' vinden in de tekst. Want ze moeten hun conclusies wel onderbouwen natuurlijk!
Hier zie je wat Roodkapjes, en echt niet allemaal even naief hoor..


Roodkapje volgens Gustave Doré

Roodkapje volgens Quentin Blake
Roodkapje volgens Wendy Panders