Anke werkte voorheen in de kinderopvang en is daarom behalve leesconsulente dBos ook onze specialis

vrijdag 29 maart 2019

ABC-tje


Taalspelletjes op het multitouchscherm bij de ABC-club
In 2016 startte de eerste ABC-club nadat het Capelse Taalnetwerk (waar Bibliotheek aan den IJssel deel van uitmaakt) de opdracht kreeg om met een mooi budget van de VanCappellenstichting een project te ontwikkelen voor anderstalige leerlingen en nieuwkomers. De club startte met activiteiten in de schoolvakanties om de taaldip tegen te gaan. Vorm en inhoud zijn gaandeweg aangepast, maar inmiddels is de gemeente Capelle zo overtuigd van het succes van dit concept dat zij onze bieb hebben verzocht deze club vooral voort te zetten.

Welke dingen doen we?
De ABC-club kenmerkt zich door diverse activiteiten rondom 4 praktische thema’s en veel camouflagetaal. En dan hebben we het niet over vage kantoortaal om leegheid te verbergen maar over activiteiten die niet primair gericht zijn op taal maar die wel veel taal uitlokken. Want taal leer je door te oefenen en fouten te maken. En het liefst samen met anderen en bij voorkeur niet (te veel) uit lesboeken. De thema’s zijn: locaties, beroepen, sport en vrijetijd.

Woorden leren tijdens dramalessen 
Elke thema start met een theaterles waarin de belangrijkste woorden worden behandeld. Het leren van nieuwe woorden door middel van spel maakt het nieuwe thema toegankelijk. Woorden worden uitgebeeld, aangewezen, opgezocht op google afbeeldingen en nog eens uitgebeeld. Je ziet de kinderen plezier hebben en je hoort tegelijkertijd de hersens kraken.

Ontwerpen
Spelen
Spelen
Met die nieuwe woorden op zak is het tijd voor andere activiteiten. Tijdens het thema Locaties speelden de deelnemers een Capels detectivespel waarbij zij niet alleen nieuwe woorden tot zich namen, maar ook kennis maakten met diverse interessante locaties in Capelle: de voetbalvelden, school, bibliotheek of de kinderboerderij om een paar voorbeelden te noemen. Deze locaties hebben zij getekend op een zelfontworpen metrolijn-achtig spelbord. Bij dit spelbord horen talige spelvormen bij om de woordenschat nog verder uit te breiden. Zo speuren de kinderen naar een boef die de ene keer in het restaurant en de andere keer in het zwembad is. Steeds worden zijn uiterlijke kenmerken of bepaalde handelingen benoemd, waarmee zij meer informatie krijgen voor hun speurwerk. Ze oefenen zo met werkwoorden, bijvoeglijk naamwoorden en zelfstandig naamwoorden in een spannende race tegen de klok. Welk team heeft de gezochte boef als eerste opgespoord? Docent Anne Goedhart: 'Ze vonden het zo leuk om te doen dat ze er de les erna op terug kwamen omdat het spel niet binnen de tijd kon worden uitgespeeld. "We moeten het spel nog uitspelen!"’

Niet alleen bij het spelen van het spel, maar ook bij het maken van ‘De Capelse Detective’ hebben kinderen al doende veel taal nodig. Wat is er nodig? Hoe pakken we het aan? Begrijpt iedereen hoe het werkt? 'Want de communicatie kan wel eens misgaan.' Maar dan is daar altijd Anne om de kinderen verder te helpen. Ze maken al spelende eigen zinnen, stellen vragen, vervoegen werkwoorden en voegen nieuwe woorden toe aan hun Nederlandse woordenschat. En wat zo fijn is: er zijn geen fouten. Wel kan het soms beter. Ook daar helpt Anne hen bij. En de anderen trouwens ook. Anne: ‘Er zijn drie meisjes die al eerder meededen. Zij waren toen talig gezien de zwaksten. Nu zijn ze de sterksten en helpen zij bewust en onbewust andere kinderen talig sterker te worden.’
Werken met de greenscreen 

Spannend: zwemmen met dolfijnen
Bij alle activiteiten blijkt hoeveel woorden je nodig hebt. Zelfs bij de opdrachten die in eerste instantie erg beeldend lijken. Een foto maken met behulp van een greenscreen is ook een van de activiteiten die past bij het thema Locaties. Heb je een idee voor je persoonlijke greenscreenopdracht? Dan moet je over woorden beschikken om dit idee over te brengen op de fotograaf zodat de foto ook wordt zoals jij het bedacht hebt. Het idee is dat de deelnemers een handeling verrichten op een zelfgekozen locatie. De mogelijke locaties zijn erg divers (zolder, winkelstraat, strand) net als de handelingen die er doorgaans verricht worden (kruipen, slenteren, duiken) Welke dingen doe je daar? En hoe breng je dat in beeld? Allemaal taal, taal, taal. Ze leren enorm en hebben lol in wat ze doen.

De bibliotheek is thuis in taalverwerving en het creëren van verhalen. Gaat het om de artistieke kant van de activiteit dan wordt bij voorbeeld de Kunstkring ingeschakeld. Hoe teken je die hokken van de dieren op de kinderboerderij? En ook daar heb je wederom woorden voor nodig. Is het hok hoog of laag? Van hout, gaas, glas of metaal? Zit het hok altijd dicht of soms ook open? Is het eenmaal gelukt om het hok te tekenen, dan volgt het spel ‘Hekken sluiten’ waarbij kinderen door denkbeeldige hekken te sluiten vooral de namen van dieren op speelse wijze oefenen. Lukt het niet? Geen probleem want google afbeeldingen is geduldig en bijzonder effectief. 

Zelfs als je even moet wachten terwijl anderen met de greenscreen bezig zijn, blijkt de beschikking over voldoende woorden heel zijn. Collega John neemt de wachters op deze mooie lentedag even met een bal mee naar buiten. De regels van het voetbal zijn wel bekend. Maar wie een ander spel wil spelen heeft woorden nodig om spelregels uit te leggen of af te spreken.

Buitenspelen tijdens het wachten
Anne zoekt bij elk thema verbinding met Capelse organisaties. Bij het thema’s Sport en Vrije Tijd wordt onder meer samengewerkt Sportief Capelle en de dansschool van Noes Fiolet. Tijdens het thema Beroepen gaat de club naar de Capelse brandweer en de Kunstkring Capelle. Zo leren de nieuwkomers onze taal en stad steeds beter kennen. En dat was waar het de Van Cappellenstichting in beginsel om te doen was.

Plezier voor 10!
Het taalniveau van de deelnemers loopt fors uiteen. Er zitten kinderen tussen die al wat langer in Nederland zijn. Ook zijn er kinderen bij die tijdens eerste bijeenkomst nog geen woord Nederlands spraken. Anne Goedhart: ‘Je ziet ze groeien. Twee jaar geleden kon ik  met deze meiden nog niet praten en nu zijn zij talig het sterkst. Ze helpen elkaar. We beelden veel uit en zoeken veel op. Ze zijn trots op wat ze leren.’ Nu en dan worden ook de ouders uitgenodigd. Zij doen dan wat de kinderen ook doen. ‘Daarmee hopen we niet alleen de betrokkenheid, maar ook de eigen woordenschat van de ouders te vergroten.’


De waardering voor de ABC-club blijkt wel uit het feit dat sommige kinderen zich liefst voor de 3e keer aan zouden aanmelden. ‘Meer dan 10 deelnemers kunnen we helaas niet aan met deze groep die om intensieve begeleiding vraagt. Deze doelgroep vraagt aandacht, tijd en vertrouwen en die willen we geven.’ Na 10 aanmeldingen volgt er een stop en een wachtlijst. En ook die loopt met 8 wachtenden al snel vol.  

maandag 11 maart 2019

Kleine successen in het Doe Mee Café

Een van de kleine successen: naar huis met een boek voor jezelf!
Meer dan eens en in diverse vormen heeft Bibliotheek aan den IJssel afgelopen jaren geëxperimenteerd met talige activiteiten voor anderstaligen. Zo waren er leesclubjes op De Octopus en De Catamaran, een cursus Digitaal Voorlezen op het CJG, een Pop-upTaalcafé, Taal voor Thuis en een Beginnende Lezers Leesclub die veelal wordt bezocht door anderstaligen. Sinds enige tijd is er nu structureel een goed bezocht Taalcafé in zowel Krimpen als Capelle. Maar hoe waardevol zou het zijn als we dit concept ook structureel op locatie konden laten plaatsvinden? Die mogelijkheid deed zich voor toen we afgelopen zomer de kans kregen een subsidie aan te vragen via Tel mee met Taal. We hadden er al zo vaak over nagedacht dat we wel ongeveer wisten wat we wilden: zoiets als het Taalcafe dat langs de diverse scholen reist met naast taal drie andere belangrijke factoren: persoonlijke aandacht, tijd en vertrouwen.

Persoonlijke aandacht, tijd en vertrouwen
De inhoudelijke programmering van deze pilot was niet ingewikkeld. Wekelijks is er gecamoufleerd taalaanbod. Zo komt Welzijn Capelle een keer vertellen over De Vreedzame School en De Vreedzame Wijk en delen we de bijhorende kletskaarten in de groepsapp, zodat ze thuis verder kunnen praten met hun kind. 

Kletskaart uit De Vreedzame School 
Taalspelletjes

We doen (talige!) gezelschapsspelletjes en bekijken uitgebreid kijk- en zoekboeken. We bespreken het belang en de mogelijkheden van voorlezen, digitaal voorlezen en voorlezen in de eigen taal. We bezoeken samen de bibliotheek, iedereen krijgt een jaar lang gratis lidmaatschap cadeau en we kijken naar eventuele passende vervolgtrajecten voor wie wil. We ontdekten al snel dat we meer aanbod hadden dan tijd. Aanpassen, weglaten en wat langzamer dus. Geen probleem. De werving bleek meer moeite te kosten. Niet onverwacht overigens,  want de ervaring leert dat het betrekken van ouders niet meevalt. En vooral de ouders die we willen bereiken (NT1’ers en NT2’ers) lijken moeilijk te mobiliseren. Moeten ze naar werk? Vinden ze het te moeilijk? Zijn ze te bescheiden? Hebben ze geen zin? Snappen ze niet wat van hen verwacht wordt? Ervaren ze het aanbod wel als 'voor hen'?

We hebben ervaren dat persoonlijke aandacht, vertrouwen en tijd een beslissende rol spelen in de werving. Dat kan bij voorbeeld inhouden dat we wekelijks tijdens de leesinloop aanwezig waren in de klas en met ouders konden spreken. Of dat we tijd vrijmaakten om een kop koffie meedrinken als de doelgroep bij elkaar kwam in de ouderkamer. We zijn zelfs eens op onze vroege vrije vrijdagochtend aangeschoven bij het vorstelijk ontbijt dat regelmatig wordt georganiseerd door een groep moeders uit de wijk. Deze tijd moet je nemen om contact te leggen en vertrouwen te creëren. Zo konden we uitleggen wat ons idee was en belangrijker nog, we konden hen vragen wat ze graag wilden leren. En het heeft geholpen. We kwamen oude bekenden tegen van eerdere activiteiten. En met een vertrouwd gezicht gaan zij makkelijker in gesprek dan met iemand die ze niet kennen en toch iets van ze wil. We hebben een compleet circus opgetuigd met vertrouwde gezichten: leerkrachten, taaldocenten, buurtmoeders, vrijwilligers van het taalcafé. En de ook de cursisten zelf speelden hierin een rol: vanaf de tweede bijeenkomst begonnen zich kennissen/vrienden aan te sluiten.

Sommige deelnemers geven aan dat ze het moeilijk vinden om met Nederlanders in contact te komen om hun taal te oefenen. Ze vinden het Doe Mee Café gezellig, want hun sociale netwerk is soms (nog) maar klein. Er ontstaan nieuwe contacten. Een tweetalige ouder die vloeiend Marokkaans en Nederlands spreekt komt ook voor de gezelligheid. ‘Ik kom wel uit deze wijk, maar mijn kinderen zitten niet eens hier op school. Ik vind het gewoon gezellig.’ Daarnaast vindt zij ook dat een goede ontwikkeling op school begint met taal. Ze vindt dat alle ouders, meertalig of enkeltalig, veel aan taalstimulering moeten doen. ‘Dat is belangrijk voor onze kinderen.’ Zij vervult graag de rol van ambassadeur want ‘iedere ouder wil het beste voor zijn kind.’


Waar is de gele grijper? 
Een onverwachte ontdekking!

Onverwacht komen sommige van deze kinderen soms mee in verband met een studiedag op school. Met de gezinsaanpak in het achterhoofd vinden wij dat alleen maar voordeel oplevereBijschrift toevoegenn. Ouders kunnen in gesprek met hun kind over De Vreedzame School of de prentenboeken die we bij ons hebben. Toen O. haar zoon S. (5 jaar) meenam verkoos hij in eerste instantie zijn tablet met wat filmpjes. O. pakte een zoekboek en ging naast hem zitten. Aan het eind van de ochtend ging het boek mee naar huis en na drie dagen ontvingen we een foto: hij kan er geen genoeg van krijgen en vertelt uitgebreide verhalen over de gele grijper. Missie geslaagd! Want de achterliggende gedachte van onze Doe Mee-aanpak is dat deze ouders niet alleen hun eigen taalvaardigheid versterken, maar die van het hele gezin een zetje geven. En ook dat zij concrete ingangen en handvatten krijgen om dit te doen. Ze maken kennis met de bibliotheek, krijgen een eigen pasje en daarmee toegang tot Lees&Schrijf!-collectie. We laten het Taalpunt en het Taalcafé zien (mensen schoven meteen aan!) en attenderen hen op de Voorleeshoek, de VoorleesExpress en oefenen.nl.

Informatie over de diverse mogelijkheden op het gebied van taal

Rondleiding door bibliotheek en Lees&Schrijf!-plein
Wie komt waar vandaan? 
De groepen zijn divers in omvang, in taalniveaus en in landen van herkomst. Ook de verschillen in leerwensen en leervermogens zijn soms groot. Maar dat vormt geen probleem, want allemaal hebben ze hetzelfde doel: Nederlands praten. Vooral oefenen en geen les, geen huiswerk, geen grammaticaregels en geen diploma. Gewoon Nederlands praten en leren door te doen. De ochtend dat NL Educatie kwam vertellen over de mogelijkheden vielen dan ook goed in de smaak! En wie wel een diploma wil kan terecht bij Zadkine. Daar kunnen ze 20 tot 30 weken verder als onze pilot na 6 weken stopt. Inmiddels hebben zich al diverse mensen gemeld voor deze taalscholen. We vinden het heel tof dat NL Educatie en Zadkine de inhoud van hun lessen zo laagdrempelig kunnen overbrengen dat mensen zin hebben om weer naar school te gaan! 

Proeflesje Nederlandse klanken met Zadkine en NL Educatie 











maandag 28 januari 2019

Praten over boeken


Het is een tijd geleden dat dit op tv werd uitgezonden (kijken vanaf minuut 2.10), maar team dBos was meteen getrigged! Binnen ons team hebben we het ook regelmatig over het belang van praten over boeken. Waarom zou je het eigenlijk doen? En hoe dan precies? Is het niet te moeilijk? Past het bij de leeftijd? We weten dat veel leerkrachten het best lastig vinden om met hun klas over boeken te praten, zeker als zij iets meer de verdieping willen zoeken in zo’n gesprek. Goede voornemens genoeg, maar in de praktijk blijft de uitvoering toch vaker liggen dan gewenst. Maar gelukkig verschijnt er steeds meer informatie over het waarom en het hoe. We zijn er dus eens ingedoken en zetten hier wat informatie op een rij.  


Waarom zou je praten over boeken?

  • Leerlingen vinden praten over boeken leuk om te doen. Ze worden op ideeën gebracht of herkennen hun eigen plezier in dat van een klasgenoot die vertelt over een boek dat ze zelf al eerder lazen. Het sociale aspect motiveert: ‘Ik vond het leuk dat we hetzelfde boek gelezen hadden, want zo konden we elkaar een beetje begrijpen.’
  • Het delen van een leeservaring is plezierig, vooral als daar geen schoolse activiteiten aan verbonden worden zoals bij voorbeeld het schrijven van een verslag. Kijk maar naar de manier waarop volwassenen met elkaar praten over iets wat ze delen. Of het nu een Netflixserie is (Narcos), een tv-programma (Wie is de mol?) of een boekserie (De zeven zussen), volwassenen kletsen er graag over. Oppervlakkig en diepgaand en alles daartussen in. Ze hebben er plezier in om hun ervaringen en kennis met anderen te delen. Bij kinderen werkt dat net zo: Fortnite, bekende youtubers en ook gelezen boeken. Echt waar. Als ze maar kunnen bespreken wat zij graag willen bespreken.
  • Door te praten leren leerlingen hun eigen smaak ontdekken en/of verbreden. Ze zien nieuwe boeken waarvan ze niet wisten dat ze bestonden of waarvan ze het idee hadden dat ze niet interessant genoeg waren om open te slaan. Het is daarom ook van belang om als Chambers' ‘helpende volwassene’ titels aan te dragen. Voorkom dat de klas in de ‘boomhutbubbel’ blijft zitten.
Slechts 8 leerlingen uit deze groep 7 (niet op de foto) hadden een
ander boek dan Boom
hut, Muts of Loser
  • Praten leert leerlingen woorden te geven aan wat ze vinden. ‘Nou, gewoon’ en ‘alles’ zijn vaak gehoorde antwoorden. Mag, maar in dit soort gesprekken graven we graag nog even verder zodat ze hun mening beter leren formuleren. Helemaal mooi is het als zij die mening ook nog leren onderbouwen met argumenten. Leerkrachten die gewerkt hebben met de aanpak van Gertrud Cornelissen (zie verderop in deze blog) gaven aan dat júíst leerlingen die op communicatief gebied zwakker waren de grootste groei doormaakten.

Aidan Chambers: 'We weten pas wat we denken als we het onszelf horen zeggen.'

  • Een gesprek met anderen kan leiden tot beter begrip. Tijdens een pilot op een van de scholen waarmee we samenwerken, viel op dat leerlingen (groep 6) meningen bijstelden of anderen konden overtuigen van iets. Bovendien signaleerden ze verkeerd begrepen fragmenten. Door stukjes voor te lezen en toe te lichten konden zij de situatie voor de ander verhelderen. Al bladerend werd aangetoond wat de ander verkeerd had opgevat en hoe het wel in elkaar zat. ‘Oh ja, nu zie ik het.’ Door dit met elkaar te bespreken hebben ze dingen geleerd of begrepen die ze niet hadden geleerd of verkeerd hadden begrepen als ze het alleen hadden gelezen.
  • Tijdens een gesprek ervaren leerlingen dat andere lezers iets heel anders kunnen vinden, soms zelfs iets heel anders kunnen lezen. Ze horen ook dat meningen verschillen en dat dat helemaal niet erg is.  Alle meningen zijn okay, zeker als je er ook nog argumenten voor hebt. Leerlingen ervaren succes: ‘Oh, mijn inbreng doet er ook toe.’

Als team komen wij ook wel eens (te weinig) bij elkaar om gelezen boeken met elkaar te bespreken. Boekkeuzes variëren van oude persoonlijke favorieten tot gloednieuwe titels uit de dBos-collecties. Het is gezellig, je ontdekt nieuwe boeken die je vervolgens wilt lezen en die je met veel overtuiging op school kunt verkopen. En dat werkt. 


Hoe kun je praten over boeken?

‘Hoe dan?’ is een vraag die we regelmatig horen. ‘Jullie kennen al die boeken en die schrijvers, maar ik zie mezelf niet al die boeken lezen. Het vraagt nogal wat voorbereiding.’ Dat is soms waar, maar dat hoeft niet altijd. Er zijn namelijk ook best vormen te vinden waarbij er laagdrempelig wordt gepraat over boeken. Zeker met kinderen vanaf halverwege groep 4 kun je al prima het gesprek op gang brengen door laagdrempelige spelletjes te doen: 
  • Boekpromotie: wat jij (als leerkracht) leest en waar jij over vertelt is voor een bepaalde groep kinderen per definitie interessant. Wat jij er van vindt ook. Doen dus. Vertel zelf en laat reageren. 
  • Omslag als 'ansichtkaart': kies enkele boekomslagen, knip de titel en de schrijver er af en print op de achterzijde wat informatie over het boek (gewoon van bol.com). Laat enkele kinderen een afbeelding kiezen die bij hem of haar (of zijn of haar stemming) past. Laat vertellen en zie wat er gebeurt. Wijs daarna op de boekinformatie op de achterzijde. 

  • Speeddaten: laat tweetallen elkaar 1 minuut vertellen over het boek dat zij nu lezen. Na 2 minuten zoekt iedereen een andere partner.
  • Leg een variëteit aan boeken en tijdschriften neer en voer een leesgesprek met individuele kinderen of met kleine groepjes. Laat vertellen over hun frustraties en voorkeuren en over hun leesgedrag op school en thuis. Je leerling krijgt niet alleen even de exclusieve aandacht van jou, maar je komt ook dingen over hem/haar te weten die je niet verwacht en die niet in toetsresultaten zichtbaar worden. Kijk hier voor voorbeelden en meer info op de site van SLO.  


Meer inhoudelijke boekgesprekken

Wil je al met kleuters inhoudelijk praten over boeken dan is dit boek een aanrader: Prentenboeken lezen als literatuur.
Coosje van der Pol beschrijft niet alleen haar onderzoek naar het literair voorlezen aan kleuters, maar geeft ook nog praktische en heel handzame suggesties om met de jongsten in gesprek te gaan over de voorgelezen boeken. Anders dan de titel doet vermoeden blijkt literair voorlezen niet zo’n ingewikkelde aanpak. Het belangrijkste is eigenlijk dat je gedurende het gesprek ‘in’ het boek blijft. Bij interactief voorlezen stap je al snel ‘uit’ het boek omdat je ingaat op de beleving van kinderen (‘Heb jij ook een kip thuis?’) terwijl het gesprek zich bij literair voorlezen steeds richt op wat er in het boek gebeurt ('"Het is feest" staat er, maar hoe kijkt de kip? Hoe komt dat?').

Voor oudere kinderen sla je er heel goed Aidan Chambers op na.
Hij licht in zijn boek Leespraat toe waarom praten er toe doet. Op vrij eenvoudige wijze kun je al gericht gesprekken op gang brengen door kaartjes met vragen via deze link te downloaden en te gebruiken. Let op: het gaat om het gesprek, niet om de kaartjes. Zij dienen slechts als hulpmiddel om tot een gesprek te komen. Pas op voor snelle antwoorden en hup, door naar de volgende vraag.  

Manieren om de gesprekken die Chambers voor ogen heeft op gang te brengen en te houden zet Gertrud Cornelissen op een rij in haar boek Maar als je erover nadenkt…
Enorm praktisch met handreikingen hoe een en ander aan te pakken. Zo geeft zij voorbeelden van vragen die een gesprek op gang houden of trucjes om alle leerlingen aan het woord te laten. Ze bouwt samen met de kinderen op hoe je een mening met een argument kunt ondersteunen en dat alles op heel luchtige wijze. Daarnaast beschrijft zij haar eigen gesprekken met leerlingen zodat je je een duidelijk beeld kunt vormen van wat ze bedoelt.

Tot slot wil ik de boeken Hoe lees ik? en Hoe lees ik korte verhalen? van Lidewijde Paris nog vermelden. 



Niet dat zij zich hierin nu zo buigt over boekgesprekken met kinderen, maar in haar column op hebban.nl vraagt zij zich in meer algemene zin af waar die samen-erover-praten-behoefte vandaan komt. Daarbij werkt haar manier van kijken naar verhalen erg inspirerend. 'Omdat het anders wordt gebracht' (Sem aan tafel bij Twan Huys) wordt iets wat niet leuk is opeens wel leuk. En anders kijken is wat Paris ook doet. Heel verfrissend is het als zij haar literaire inzichten laat zien aan de hand van een eenvoudig reclamefilmpje:


Na het bekijken van dit filmpje gaat zij in gesprek: Welk verhaal wordt verteld? Wat wordt er niet verteld (maar weten we toch)? Ze introduceert het begrip ‘stille signalen’ die wij interpreteren om het verhaal op te bouwen. Zij ziet een verhaal als een tekening met puntjes en cijfers: door de puntjes op de juiste manier te verbinden krijgen we het hele plaatje. In haar boeken geeft ze aanwijzingen om de puntjes in het verhaal te vinden en te verbinden. Hoe verhelderend zou het voor sommige leerlingen zijn om dit soort parallellen te trekken? Ik ben er van overtuigd dat het hun leesplezier en hun leesbegrip ten goede komt.  En daarom wordt er tijdens onze eerstvolgende nascholing Open Boek op 20 februari aandacht besteed aan dit onderwerp en komt Jacqueline Terwijn van Bibliotheek West Achterhoek vertellen over haar ervaringen in de praktijk met de aanpak van Gertrud Cornelissen. 


woensdag 7 februari 2018

Begrijpend luisteren als opmaat naar beter leesbegrip

Scholen waarmee we samenwerken zijn altijd op zoek naar verbeteringen van de dingen die ze al doen. Momenteel merken we dat de focus regelmatig ligt op begrijpend luisteren in de onderbouw als opmaat naar begrijpend lezen in de hogere groepen. Begrijpend lezen is sterk gericht op kennis hebben en op kennis afleiden. Begrijpend luisteren ook. En scholen die de begrijpend leesresultaten willen verbeteren, doen er goed aan in de onderbouw te beginnen. 

Een goede begrijpend lezer heeft behalve een vlotte leestechniek en een goede woordenschat ook een aantal leesstrategieën in zijn repertoire om teksten beter te begrijpen: voorspellen, samenvatten, afleiden, verbinden, visualiseren, woordleerstrategieën en vragen stellen. Ze zullen niet onbekend klinken, want ze komen in alle recente onderzoeken en in de gangbare methodes terug.

Maar hoe deze strategieën te oefenen met kinderen die het lezen zelf nog niet hebben geleerd? Redelijk eenvoudig: voordoen tijdens het voorlezen. Laat kinderen weten wat jij als ervaren lezer voor strategieën toepast om een verhaal goed te begrijpen. Als je het voorlezen nét iets anders aanpakt geef je kinderen strategieën mee die ze zelf gaan toepassen tijdens het latere lezen. 

Strategie voorspellen oefenen
Hoe? In deze Werkmap Begrijpend luisterenen woordenschat van het CPS staan tot in detail uitgewerkte voorbeeldlessen bij diverse prentenboeken. Per boek worden meerdere strategieën uitgewerkt. Wanneer wij er zelf mee werken, kiezen we er trouwens wel voor om één strategie per voorleesbeurt te modelen. Dan is duidelijk voor de leerlingen waar we naar toe willen. Alle mogelijkheden en lagen van een boek benutten in één les leidt tot verwarring. Laat gerust iets liggen en besluit daar de volgende keer expliciet aandacht aan te besteden. 

Tips bij modelen:
  • Niet vragen maar voordoen
  • Benoem één leerdoel: vandaag gaan we dit verhaal samenvatten
  • Houd het simpel: als leerlingen snappen waar je heen wilt, komt hun leren op gang
  • Gebruik vaste scripts, dat roept herkenning op. Bij voorspellen kan dat bij voorbeeld zijn:
Als ik de titel bekijk, dan lees ik: Ik moet zó nodig
Als ik naar het plaatje kijk, dan zie ik een jongen met een benauwd gezicht en een verkrampte houding. 
Ik voorspel dat dit boek gaat over een jongen die nodig moet plassen maar niet kan. 



Bij samenvatten dan dat bij voorbeeld zijn: 
'Ik doe het boek even dicht en ik herhaal het belangrijkste uit het verhaal. Ik zeg de drie belangrijkste dingen nog een keer:.... Nu gaat het boek weer open en ik lees verder.'

Naast deze tips bij het modelen is ook de wijze van interactie tijdens zo'n les iets om over na te denken. Vanzelfsprekend zoek je naar betrokkenheid. Vaak doen we dat door vragen te stellen. Maar pas op voor de valkuil. Vraag je kinderen wat zij denken, dan kan het alle kanten opgaan. Dat is niet altijd erg, maar wel als het je doel is om samen te leren wat bij voorbeeld samenvatten is. Doe voor, model, vertel, laat zien, want jij weet hoe het moet. Eenmaal afgerond? Stel dan pas vragen. Bij voorkeur vragen die aanzetten tot denken of vragen die uitlokken tot ‘zelf doen’. Een denkvraag bij Rupsje Nooitgenoeg zou bij voorbeeld kunnen zijn: waarin zijn een cocon en een jas hetzelfde? 
(bron: Training Begrijpend luisteren en woordenschat, CED Rotterdam, zomer 2017) 

Bij interactief voorlezen gaat het vooral om betrokkenheid en stap je ook uít het verhaal. Hier niet. Interactief voorlezen is daarmee beslist geen verkeerde manier van voorlezen. Het dient alleen een ander doel. Bewaar dat voor een volgende voorleesbeurt. Kinderen vinden het sowieso leuk om hetzelfde boek meer dan eens te horen. 

Het betrekken van achtergrondkennis kan ook aanleiding zijn om uit het verhaal te stappen. Doe voor hoe je in het verhaal blijft. Na de les is er ruimte voor uitstapjes. Een voorbeeld: in het boek Neushoorns eten geen pannenkoeken komt Maartje op het punt dat ze met een imaginaire neushoorn praat. Hier kun je eigen achtergrondkennis combineren met het verhaal en zo informatie afleiden (de bedoelde strategie). 'Ik lees dat de vader en de moeder van Maartje druk zijn. En ik weet dat als je heel druk bent, je heel weinig aandacht hebt voor andere dingen. Ik lees ook dat de vader en moeder van Maartje niet naar haar luisteren als zij iets zegt. Als niemand naar mij luistert voel ik me erg alleen. Ik denk dat Maartje zich ook alleen voelt en tegen de neushoorn praat om zich minder alleen te voelen.' 
(bron: Werkmap Begrijpend luisteren en woordenschat; CPS Onderwijsontwikkeling en advies, januari 2015) 


Een map vol ideeën om in de praktijk uit te voeren dus. Houd het simpel en proberen maar! Of neem contact op met bv. het CED als jouw team een complete training wil volgen. 

maandag 11 september 2017

Zomertheaterlezen

Als deelnemers aan een mooie stimuleringsregeling* steken Kindcentrum Ontdekrijk (voorheen OBS De Octopus) en Bibliotheek aan den IJssel extra tijd en middelen in het verstevigen van de leescultuur op school. Eén van de concrete vragen die voortvloeide uit de gegevens van de landelijke monitor was hoe we groep 6 (voor de vakantie nog groep 5) tijdens de zomer aan het lezen konden krijgen en/of houden. 

Theaterlezen vinden veel kinderen leuk, dus we besloten dat als middel te nemen. Vlak voor de vakantie is er uitgebreid en onder begeleiding door alle leerlingen geoefend met een theatertekst. Het samen lezen gaf iedereen plezier en door het herhalen van dezelfde tekst ervaarden de leerlingen zelf duidelijk hun eigen vooruitgang. Een tweede succeservaring volgde toen ze mochten voorlezen in andere klassen. Zichtbaar ontroerd waren de leerkrachten van de NT2-klas toen zij twee van hun leerlingen De coole cowboy hoorden voorlezen. 


Vervolgens hebben we flink uitgepakt om de ouders uit te nodigen en de klas in te krijgen, want dit leesplezier wilden we met hen delen met het doel om het vast te houden tijdens de vakantie. En hun hulp konden we daarbij goed gebruiken. In no time hadden we een filmpje gemaakt, gerechten uit kookboeken gevonden, thee en limonade geregeld. De kinderen hebben zelf een culinaire ontvangst en een voorleespresentatie voorbereid. 





Aan het einde van de presentatie was er een verrassing voor alle klasgenoten: de vakantietas met voor iedereen onder andere twee gloednieuwe exemplaren van Kikkers, kikkers nog meer kikkers te leen voor de komende 6 vakantieweken. Dit werd mogelijk gemaakt met medewerking van (theater)leesexpert Elseline Knuttel van (web)winkel Leestletters



De tas werd enthousiast ontvangen, want de klas had ervaren hoe leuk het theaterlezen was geweest. Toen de geplande theaterleesactiviteiten voor de zomervakantie ter sprake kwamen waren veel leerlingen van plan om daaraan deel te nemen. Het werkelijke aantal deelnemers bleef uiteindelijk sterk achter, maar voor wie er wel was, was het te gek. Lezen werd mooi lezen en mooi lezen werd spelen. En alles met veel plezier en onder begeleiding van theaterdocente Anne Goedhart. 'Het is erg mooi om het proces te zien dat zich voordoet tijdens het theaterlezen. Bij de eerste lezing gaat de aandacht nog voornamelijk naar het lezen en goed uitspreken van de woorden. Als de kinderen de tekst meerdere keren gelezen hebben, lezen ze de woorden steeds makkelijker en gaan ze ook letten op de manier van lezen. Er komen pauzes op de juiste plaatsten en hier en daar wordt er al met emotie gelezen. Dit is de fase waarin vragen stel over de tekst. Wat betekent dit? Waarom zegt dit personages dat? Wat denkt hij op dat moment? Wat zijn ze aan het doen? Het leuke is dat ze vervolgens helemaal zelf meer expressie in de tekst gaan leggen. Doordat ze de tekst beter begrijpen gaan ze het verhaal spelen. Als we dan vervolgens de vloer op gaan en de tekst echt gaan spelen, inclusief handelingen en rekwisieten, verbetert hun leestechniek en -begrip nog aanzienlijk. Ze leggen emoties in de zinnen en komen zelf met bepaalde handelingen. Het is duidelijk dat ze de tekst nu echt begrijpen en kunnen genieten van het spelen met de woorden.'



In de eerste week na de zomervakantie hebben 17 leerlingen een enquête ingevuld over dit project. Ze waren enthousiast over de boeken. Veel leerlingen gaven aan dat ze meer hadden gelezen dan ze normaal in een vakantie lezen. Ook al was het 'af en toe', het was tóch winst. Er waren twee leerlingen die helemaal niet gelezen hadden. Naast Kikkers, kikkers nog meer kikkers en andere fictieboeken lazen ze voornamelijk ook graag informatieboeken en strips. Vijf leerlingen gaven aan dat ze veel gelezen hadden. Toen gevraagd werd een vergelijking te maken van hun leesprestaties van voor en na de vakantie, schatten deze vijf veellezers unaniem dat die gelijk was gebleven. Van de tien leerlingen die aangaven af en toe te lezen, vermoeden zeven kinderen dat hun leesprestaties in de zomer vooruit zijn gegaan.

Natuurlijk wilden we een meetbare indruk krijgen van de prestaties. Alle kinderen zijn daarom getoetst in de eerste week (augustus 2017). Deze gegevens zijn vergeleken met de Avi-gegevens van voor de zomervakantie (mei 2017). Ons er heel goed van bewust dat het geen wetenschappelijk onderbouwde gegevens zijn, kunnen we er wel conclusies aan verbinden die inzicht geven in de situatie. 

  • wie wel las ging niet perse vooruit maar hield het leesniveau wel op peil
  • wie niet of af en toe las hield het in enkele gevallen (bijna) op peil, maar zakte in veel gevallen terug. De terugval was soms erg sterk (tot -17 woorden)
  • de vier sterkste dalers hadden juist de verwachting dat ze gestegen waren
  • de leerlingen die vooruit zijn gegaan of op peil zijn gebleven hebben een stimulerende volwassene in de buurt
Genoeg voer voor nieuwe plannen dus.... Die gaan er komen. Vanzelfsprekend. En die ouders? Ze zijn onmisbaar! Onmisbaar voor deelname aan activiteiten en onmisbaar om het niveau van eigen kind op peil te houden of zelfs te verhogen. 


* Binnen het actieprogramma Tel mee met taal 2016 - 2018 stelt Kunst van Lezen een nieuwe, intensieve stimuleringsregeling ter beschikking aan 12 basisscholen (één per provincie), bibliotheken en POI's voor de duur van twee schooljaren.  

woensdag 21 juni 2017

(Digitale) hulpmiddelen bij taalontwikkeling

Voorlezen

Ouders met een andere moedertaal helpen om met hun kinderen aan taalstimulering te doen. We willen het zo graag! En we organiseerden voor de Ouderkamer van OBS De Octopus een cursus Digitaal Voorlezen. Het is naast belangrijk ook zo ontzettend leuk om te doen. Zeker als je vier jaar later hoort dat iets veel meer effect heeft gehad dan je op dat moment kon vermoedden... Zenab vertelde dit verhaal over haar zoon, nadat we in 2014 met een aantal Somalische moeders druk bezig waren geweest om te leren lezen in of praten over eenvoudige sprookjes

Tijdens de afgelopen weken kwamen verschillende aspecten van taal en lezen aan bod. Zo bekeken we apps en websites zoals de vakantiebiebapp, wepboek, de portal van de schoolbibliotheek en de site van Schooltv voor prachtig gedigitaliseerde prentenboeken. Ook brachten we een bezoek aan de nieuwe tijdelijke locatie van de bibliotheek. Daar is de collectie uitgebreider dan op school en kun je op dinsdag- en donderdagmiddag binnenlopen voor het Taalpunt of het Taalcafé waar onder meer de spelletjes gespeeld worden die tijdens de afsluiting van de cursus ook gespeeld werden.


Pim Pam Pet voor taal en pret.
Story Cubes: zinnen maken met bepaalde woorden op de dobbelsteen. 

We bezochten apps met Nederlandse kinderliedjes en leenden mooie boeken met aansprekende liedjes om thuis mee aan de slag te gaan. En een QR-codescanner op onze mobiele telefoons bracht ons regelrecht bij een geanimeerd boek. We bespraken de mogelijkheden van de Voorleesexpress en probeerden het theaterlezen zelf uit. 


Theaterlezen

Door de herhaling merkt Ye meteen dat ze vooruit gaat. 
Samen lezen zorgt voor beter begrip. 
'Wil jij dit met mij doen? Elke week als we in de Ouderkamer zijn?' 
Er werden afspraken gemaakt om al deze tips ook eens binnen de Somalische gemeenschap te komen vertellen. 'Want wij allochtonen,' ze schiet in de lach, 'Ja wij allochtonen lezen te weinig voor. Ik zie ons heel weinig in de bibliotheek. Nederlandse ouders wel ja, maar wij veel minder. Wij hebben geen leescultuur. Jaaaah een vertelcultuur wel, maar geen leescultuur.' En al pratende blijkt er een deelnemer onder ons te zijn die veel vrijwilligerswerk doet voor vluchtelingen. 'Voor hen is dit ook interessant.' 

Na een paar gezellige in informatieve ochtenden was het moment daar: de certificaten. Nigar, die zelf Nederlands leerde rond haar 15e: 'Ik vind het echt knap wat deze moeders doen! Ik leerde wel een nieuwe taal maar was Latijnse letters gewend. Ye is Chinese tekens gewend, andere moeders hier hebben leren lezen en schrijven in het Arabisch. En dat moeten ze er allemaal nog even bij leren. Echt knap!'

En zo is het. 


Certificaten!

vrijdag 19 mei 2017

Een boek voor jou


In januari dit jaar gaf Querido samen met Vluchtenlingenwerk dit boek uit op initiatief van Marit Törnqvist. "Er staat: 'Dit is een boek voor jou, een cadeautje om te zeggen dat je welkom bent in Nederland.'"



Het boek bevat een aantal verhalen waar elk Nederlands kind vroeg of laat wel een keer mee in aanraking komt: Jip en Janneke, Vos en Haas, Dolfje en Meester Jaap om er maar een paar te noemen. Ze zijn vertaald in het Arabisch en bedoeld om (voor) te lezen voor en door Arabisch sprekende kinderen. Een mooi cadeau! 




Dat vindt ook juf Mahnaz van obs De Catamaran. Zij ontvluchtte zo'n dertig jaar geleden de oorlog in Iran en ging zodra het mogelijk was verder met haar vroegere beroep: lesgeven aan jonge kinderen (groep 1/2). Dat was niet altijd eenvoudig en ze heeft maandenlang dag en nacht met woordenboeken in haar tas gelopen. 'Alles zocht ik op. Alles.' Meteen toen ze het boek zag, las ze me de titel in het Arabisch voor, waarna ze gretig begon te bladeren. 'Oh, ik ben zo trots op dit soort uitgaven. Hierdoor raken jonge kinderen geïnteresseerd. Het is zo belangrijk dat we deze kinderen zíén. Ik word hier blij van. Zijn er nog meer?'





Niet elke school beschikt over collega's die Arabisch spreken en lezen. Maar gelukkig zijn er soms ouders of leerlingen die dat wel kunnen. Juf Karen van de NT2-klas op obs De Octopus: 'Het is werkelijk geweldig om te zien! Eerst las Khalid (groep 8) het Arabische fragment van Pluk, daarna las hij of ik hetzelfde stuk in het Nederlands. Ze genoten van het verhaal en van het feit dat ze het Nederlandse deel nu beter konden volgen. Toen we daarna de film gingen kijken was de pret helemaal compleet. Ik denk dat dit boek een leuk opstapje kan zijn naar de Nederlandse boeken. Als ze de verhaaltjes van Annie of de avonturen van Dolfje al een keer in hun eigen taal hebben gelezen of gehoord, zullen ze dat wellicht eerder in het Nederlands proberen. De herkenning werkt stimulerend.'