Anke werkte voorheen in de kinderopvang en is daarom behalve leesconsulente dBos ook onze specialis

woensdag 7 februari 2018

Begrijpend luisteren als opmaat naar beter leesbegrip

Scholen waarmee we samenwerken zijn altijd op zoek naar verbeteringen van de dingen die ze al doen. Momenteel merken we dat de focus regelmatig ligt op begrijpend luisteren in de onderbouw als opmaat naar begrijpend lezen in de hogere groepen. Begrijpend lezen is sterk gericht op kennis hebben en op kennis afleiden. Begrijpend luisteren ook. En scholen die de begrijpend leesresultaten willen verbeteren, doen er goed aan in de onderbouw te beginnen. 

Een goede begrijpend lezer heeft behalve een vlotte leestechniek en een goede woordenschat ook een aantal leesstrategieën in zijn repertoire om teksten beter te begrijpen: voorspellen, samenvatten, afleiden, verbinden, visualiseren, woordleerstrategieën en vragen stellen. Ze zullen niet onbekend klinken, want ze komen in alle recente onderzoeken en in de gangbare methodes terug.

Maar hoe deze strategieën te oefenen met kinderen die het lezen zelf nog niet hebben geleerd? Redelijk eenvoudig: voordoen tijdens het voorlezen. Laat kinderen weten wat jij als ervaren lezer voor strategieën toepast om een verhaal goed te begrijpen. Als je het voorlezen nét iets anders aanpakt geef je kinderen strategieën mee die ze zelf gaan toepassen tijdens het latere lezen. 

Strategie voorspellen oefenen
Hoe? In deze Werkmap Begrijpend luisterenen woordenschat van het CPS staan tot in detail uitgewerkte voorbeeldlessen bij diverse prentenboeken. Per boek worden meerdere strategieën uitgewerkt. Wanneer wij er zelf mee werken, kiezen we er trouwens wel voor om één strategie per voorleesbeurt te modelen. Dan is duidelijk voor de leerlingen waar we naar toe willen. Alle mogelijkheden en lagen van een boek benutten in één les leidt tot verwarring. Laat gerust iets liggen en besluit daar de volgende keer expliciet aandacht aan te besteden. 

Tips bij modelen:
  • Niet vragen maar voordoen
  • Benoem één leerdoel: vandaag gaan we dit verhaal samenvatten
  • Houd het simpel: als leerlingen snappen waar je heen wilt, komt hun leren op gang
  • Gebruik vaste scripts, dat roept herkenning op. Bij voorspellen kan dat bij voorbeeld zijn:
Als ik de titel bekijk, dan lees ik: Ik moet zó nodig
Als ik naar het plaatje kijk, dan zie ik een jongen met een benauwd gezicht en een verkrampte houding. 
Ik voorspel dat dit boek gaat over een jongen die nodig moet plassen maar niet kan. 



Bij samenvatten dan dat bij voorbeeld zijn: 
'Ik doe het boek even dicht en ik herhaal het belangrijkste uit het verhaal. Ik zeg de drie belangrijkste dingen nog een keer:.... Nu gaat het boek weer open en ik lees verder.'

Naast deze tips bij het modelen is ook de wijze van interactie tijdens zo'n les iets om over na te denken. Vanzelfsprekend zoek je naar betrokkenheid. Vaak doen we dat door vragen te stellen. Maar pas op voor de valkuil. Vraag je kinderen wat zij denken, dan kan het alle kanten opgaan. Dat is niet altijd erg, maar wel als het je doel is om samen te leren wat bij voorbeeld samenvatten is. Doe voor, model, vertel, laat zien, want jij weet hoe het moet. Eenmaal afgerond? Stel dan pas vragen. Bij voorkeur vragen die aanzetten tot denken of vragen die uitlokken tot ‘zelf doen’. Een denkvraag bij Rupsje Nooitgenoeg zou bij voorbeeld kunnen zijn: waarin zijn een cocon en een jas hetzelfde? 
(bron: Training Begrijpend luisteren en woordenschat, CED Rotterdam, zomer 2017) 

Bij interactief voorlezen gaat het vooral om betrokkenheid en stap je ook uít het verhaal. Hier niet. Interactief voorlezen is daarmee beslist geen verkeerde manier van voorlezen. Het dient alleen een ander doel. Bewaar dat voor een volgende voorleesbeurt. Kinderen vinden het sowieso leuk om hetzelfde boek meer dan eens te horen. 

Het betrekken van achtergrondkennis kan ook aanleiding zijn om uit het verhaal te stappen. Doe voor hoe je in het verhaal blijft. Na de les is er ruimte voor uitstapjes. Een voorbeeld: in het boek Neushoorns eten geen pannenkoeken komt Maartje op het punt dat ze met een imaginaire neushoorn praat. Hier kun je eigen achtergrondkennis combineren met het verhaal en zo informatie afleiden (de bedoelde strategie). 'Ik lees dat de vader en de moeder van Maartje druk zijn. En ik weet dat als je heel druk bent, je heel weinig aandacht hebt voor andere dingen. Ik lees ook dat de vader en moeder van Maartje niet naar haar luisteren als zij iets zegt. Als niemand naar mij luistert voel ik me erg alleen. Ik denk dat Maartje zich ook alleen voelt en tegen de neushoorn praat om zich minder alleen te voelen.' 
(bron: Werkmap Begrijpend luisteren en woordenschat; CPS Onderwijsontwikkeling en advies, januari 2015) 


Een map vol ideeën om in de praktijk uit te voeren dus. Houd het simpel en proberen maar! Of neem contact op met bv. het CED als jouw team een complete training wil volgen.