Anke werkte voorheen in de kinderopvang en is daarom behalve leesconsulente dBos ook onze specialis

maandag 29 juni 2015

Verteltas nieuwe stijl op OBS De Octopus

Prachtig waren ze, maar ze werden niet uitgeleend. Heel frustrend. Voor de ouders die de tassen hebben gemaakt én voor de leerkrachten die weten dat er mooie materialen niks liggen te doen. Dat moet anders, dacht de leeswerkgroep op OBS De Octopus. Het probleem was dat het in de praktijk een ‘gedoe’ bleek om de tassen te gebruiken. Waarom? Feitelijk bevatte één tas (te) veel materialen waardoor het erg veel tijd kostte om de tas bij terugkomst te controleren. Dat wierp een drempel op. Bovendien bevatte elke tas lange, talige instructies die te moeilijk waren voor de veelal anderstalige ouders van de leerlingen. 


De tassen zijn in het verleden gemaakt volgens de officiële instructies van de Verteltas. Maar toen collega’s van deze school acht jaar geleden de bijbehorende cursus volgden was de situatie toch een beetje anders. Noem het voortschrijdend inzicht, noem het handig gebruik maken van technische ontwikkelingen, feit is dat de inhoud van de tassen iets compacter is geworden (twee boekjes en maximaal twee spelletjes). De instructies zijn visueel gemaakt (lang leve de smartphone met camera). En het internet biedt een toegankelijke plek voor meer (zie de yurlspagina die eenvoudig via de website van de school te vinden is). De Verteltassen van OBS De Octopus komen weer de kast uit en kinderen breiden samen met hun ouders spelenderwijs hun woordenschat uit en genieten samen van verhalen en spelletjes. En dáár was het allemaal om begonnen.  



zaterdag 13 juni 2015

Waarom moeilijk doen als het samen kan?

‘En hoe noem je dit ding dan in het Arabisch?’ Juist. Niemand die het wist, natuurlijk. Allemaal oer-Hollandse studenten die les wilden geven op oer-Hollandse scholen waar bijna allemaal oer-Hollandse kinderen op zaten. Die paar anderstaligen, dat zou ons heus wel gaan lukken. De NT2-docent had een spiegeltje (hoe symbolisch) in haar hand en sprak zelf wel Arabisch. ‘Weten jullie dat niet? Écht niet? Nou, wat gek,’ rondde ze haar toneelstukje af. Boodschap: je kunt geen dingen benoemen die je niet kent. Niet in een vreemde taal (want het voorwerp op zich kent elk kind), maar ook niet in je moedertaal als je met het bewuste voorwerp nooit eerder in aanraking bent geweest. Vraag een vierjarige eens wat dit voor ding is en hoe we dat noemen...




Onze laatste Open Boek Netwerkbijeenkomst van dit schooljaar ging over woordenschat. Veel Nederlands- en anderstalige leerlingen komen op school met een woordenschat die onvoldoende is om er mee toe te kunnen op school. Scholen besteden daarom veel extra aandacht aan het uitbreiden van die woordenschat bij hun leerlingen. Als je veel woorden kent, snap je dingen beter, kun je beter leren, is de gedachte. Heel logisch. 

Hoe breid je de woordenschat nu het best uit? Daar zijn boeken en methodes over volgeschreven en wij hebben er uitgebreid over gesproken. Samenvattend kwamen tot een paar conclusies:
  • Herhalen! Woordenschat ontwikkelen is niet iets wat je even in een methodeles doet. Het is een proces dat voortdurend door gaat en om herhaling, veel herhaling vraagt. 
  • Wees kritisch. Sommige methodematerialen zijn heel nuttig, leerzaam en bruikbaar, maar dat geldt zeker niet voor al het beschikbare materiaal. Wees kritisch, bekijk lessen, methodes en didactische modellen en bespreek met collega's het praktische nut ervan. Is het zinvol? Doen! Niet zinvol of veel te ingewikkeld? Even herbezinnen.  Lees er deze blog eens op na. 'Het lijkt er soms op dat de kinderen best een goede woordenschat hebben als ze alles van de methodeles weten, maar als je even wat verder kijkt kom je al snel tot de conclusie dat het helemaal geen nieuwe woorden zijn voor deze leeftijd. Het zijn heel makkelijke woorden die je als bekend mag veronderstellen. En die dus ook bekend blijken te zijn. Zonde om je tijd te steken in díe woorden.' Ook de Citotoets Woordenschat ontkwam niet aan een kritische blik. 'Als leerling X het ene jaar een B, het tweede jaar een E en het derde jaar een A scoort, wat zegt dat dan?' 
  • Intentionele woordenschatverwerving blijkt tot onvoldoende uitbreiding te leiden. Incidentele woordenschatverwerving (bij voorbeeld door te lezen) levert een belangrijke bijdrage aan de uitbreiding van woordkennis. Kees Broekhof licht dit toe in een filmpje dat in zijn geheel de moeite van het kijken waard is. Kijk voor wat betreft de toelichting over woordenschat vanaf minuut 2.22. 


Om hoeveel woorden hebben we het eigenlijk?


Bovenstaande tabel laat zien hoe snel de uitbreiding normaliter geschiedt. Wetenschappers stellen dat een leerling zo'n 45 nieuwe woorden per week zou moeten leren. Dit betreft doorsnee-Nederlandse kinderen op doorsnee-Nederlandse scholen en niet de kinderen die op school komen met een achterstand en die dus een inhaalslag moeten maken. Systematische woordenschatlessen (expliciet en intentioneel) van de taalmethode geven een basis, maar dit is niet voldoende, zo wordt door onderzoek steeds meer duidelijk. Met die basis zijn leerlingen niet toegerust om alle teksten die ze in het onderwijs voor hun neus krijgen te snappen.
Maar niet alle woorden hoeven expliciet en intentioneel te worden onderwezen. Leerlingen zijn in staat de meeste woorden zelf op te pikken. Heel veel woorden worden als het ware automatisch, incidenteel opgepikt uit de context terwijl leerlingen luisteren, lezen, praten of schrijven. Wetenschappers hebben aangetoond dat dit incidenteel leren vooral plaatsvindt tijdens het lezen. Dat zelf oppikken uit te context gaat vooral goed als leerlingen beschikken over die basis van 6000 woorden. In onderstaande grafiek is te zien dat de uitbreiding van de woordenschat vanaf dan ook sterk toeneemt. De rode lijn vertegenwoordigt autochtone Nederlands sprekende leerlingen. Leerlingen met een andere moedertaal gaan ook zo'n toename vertonen bij 6000 woorden (blauwe lijn) maar doen dat later en minder sterk. Bij veel en gevarieerd (ook informatief!) lezen lopen leerlingen de meeste kans om woorden op te pikken. Voorwaarden voor incidentele woordenschatverwerving is dat het aanbod groot en gevarieerd is, de teksten begrijpelijk zijn en leerlingen kennis hebben van sleutelwoorden. Als de teksten zodanig zijn dat kennis en begrip zijn af te leiden uit de context vormen zij een rijke bron voor incidentele woordenschatverwerving. 





Je kent ‘m vast wel, die inmiddels gevleugelde uitspraak over dat kwartier lezen per dag, die miljoen woorden die dan per jaar tot je komen, waarvan er zo’n 15.000 nieuw zijn. Daarmee breiden onze leerlingen hun woordenschat uit. En wanneer ze in een context staan die zij zelf op basis van interesse hebben gekozen, blijven die woorden veel beter hangen. Ik heb zo vaak gedacht: hoeveel nieuwe woorden kom ik –als lezer met vele jaren leesgeschiedenis- eigenlijk tegen? Ik heb de proef eens op de som genomen en ik stond best versteld. Ik las afgelopen week Het hout van Jeroen Brouwers. Nou weet ik wel dat ik niet heel erg thuis ben in de katholieke cultuur en dus bepaalde ‘vaktermen’ niet of onvoldoende tot mijn beschikking heb. Maar ook woorden waarvan de betekenis van redelijk algemene aard bleek, waren echt nieuw voor me: verspochten (door vocht uitslaan), karbies (soort boodschappentas), vergramd (verstoord), nefast (funest) of somnambulist (slaapwandelaar) om maar wat te noemen. Archaïsch taalgebruik? Misschien. Maar ik kan er wel mee uit de voeten. Sommige woorden geloof ik wel, andere zoek ik op of haal ik uit de context. Een enkel woord voeg ik misschien actief toe aan mijn repertoire. Omdat ik een ervaren lezer ben.

Nog zo’n vraag: over wèlke woorden hebben we het eigenlijk?

Elk nieuw woord uitgebreid bespreken haalt de vaart uit je les of een verhaal. Je moet dus keuzes maken en daarbij wil je de 'beste' woorden kiezen. Woorden waar ze wat aan hebben. Woorden die vaak worden gebruikt door mensen met een goede taalvaardigheid, woorden die in teksten en boeken voorkomen. De zogenaamde schooltaalwoorden. Lekker vaag, denk ik dan. En dat is het ook wel een beetje. Maar toch niet helemaal. In het boek Veel gestelde vragen over woordenschat onderwijs leggen de auteurs Beck, McKeown en Kucan helder uit hoe zij dat zien. Tijdens de bijeenkomst hebben we ook even geoefend met het kiezen van de juiste woorden uit Een taart voor kleine Beer en -ik heb niet voor niks een groep met professionals voor mijn neus- dat ging heel goed. 


Dan de hamvraag: hoe houd je het leuk?

Tja, door een heel repertoire aan werkvormen op te bouwen. En dat is precies wat we nu met elkaar gaan doen. Het boek Met woorden in de weer geeft net als Op woordenjacht onder andere vele praktische tips om snel en makkelijk uit te voeren. We gaan vooral gebruik maken van elkaars ideeën en ervaringen want, op zijn Loesjes gezegd: 
Dat samendoen geldt dan niet alleen voor leerkrachten, maar vooral ook voor de leerlingen die al die woorden steeds moeten herhalen. Speel en spiek! En doe dat vaak. Heel nuttig voor het verwerven van nieuwe woorden.


Ik voel een nieuw bord aankomen op Pinterest. Nog een kwestie van beeldmaterialen verzamelen... 

donderdag 21 mei 2015

Wij zoeken versterking!

Team dBos zoekt versterking in Capelle en Krimpen. Kijk voor de vacatures op onze site

woensdag 25 maart 2015

Kom eens kijken wat je hebt gedaan

'Loop eens mee. Kom eens kijken wat je hebt gedaan.' Juf Jesse stond bij de deur van groep 5/6 te wachten zodat ik niet kon ontsnappen. Een uur daarvoor was ik in haar groep 3/4 geweest om te doen wat ik ook in groep 5/6 had gedaan: een boekenkring. 'En nu het in de pauze regent, kunnen ze niet naar buiten. En dat vinden ze echt geen straf. Kom maar eens mee.'
Groep 4

Wat ik deed? 
  • Om te beginnen zaten ze niet in de kring. Dat mag natuurlijk best, maar dat is helemaal niet nodig om kinderen voor boeken te interesseren. 
  • Daarna nam ik twee minuten de tijd om iedereen over zijn of haar boek te laten vertellen. Dat werkt in tweetallen. Eerst is de ene een minuut aan de beurt, daarna de ander. Na afloop vroeg ik eerst wie er iemand over een leuk boek had horen vertellen. Veel vingers omhoog. De tweede vraag luidde: wie heeft iets gehoord over een leuk boek dat ie nog niet kende. Weer veel vingers omhoog. En wie heeft over een leuk boek gehoord dat ie graag eens zou willen lezen? Weer vingers de lucht in. Voila, daar waren de tips voor de volgende ruilbeurt in de bieb.  
  • Toen heb ik een mopje voorlezen. Dikke pret. 'Wie gaat mij volgende keer een mop voorlezen?' Alle vingers omhoog.
  • Vervolgens las ik een gedichtje voor. Zelfde verhaal. 
  • Bij het tonen van het dinosaurusboek gaf ik elke leerling een briefje met de opdracht op te schrijven wat hij of zij zou willen leren over dinosaurussen. Daarna mochten ze een  minuutje met hun buur bespreken wat ze hadden opgeschreven. Uit de verschillende vragen werden er twee geselecteerd. En toen kwam de hamvraag: wie zou het leuk vinden om het antwoord op te zoeken in dit boek en mij en de klas de volgende keer hierover te vertellen? 
  • Tot slot heb ik uit de losse pols nog een paar boeken laten zien. Maar inmiddels was alles al leuk. 
Een uur later kwam de juf me dus halen om te laten zien wat ik had aangericht. 'Het is eigenlijk zo simpel, maar het werkt wel.' En ongeveer vergelijkbaar ging het ook in de groepen erna. Over twee weken kom ik terug. Ben heel benieuwd wat de reacties dan zijn. 

Groep 6






maandag 16 februari 2015

Beter goed gejat dan slecht bedacht

Onder dit motto kwamen we deze tweede Open Boek Netwerkmiddag van dit jaar bijeen om elkaar te inspireren over ouderbetrokkenheid en lezen. Van jatten was geen sprake natuurlijk, want iedereen stelde de ideeën vrijwillig en met veel plezier en gepaste trots tentoon. Terwijl er werd verteld zagen wij ogen oplichten, hersens kraken, pennen krassen en collega's fluisteren. 


Leescoördinatoren van verschillende scholen wisselen ervaringen en ideeën uit en schaven bestaande situaties op hun eigen school bij. 

Aanleiding voor dit onderwerp was het feit dat uit de Monitor bleek dat de lees- en voorleescultuur thuis op meerdere scholen niet is zoals we die graag zouden zien. Ouders zijn zich niet altijd bewust van het belang ervan, vinden misschien dat het een taak van school is en/of weten niet wat zij zelf kunnen doen om de onderwijskansen van hun kinderen zo optimaal mogelijk te maken. Veel aandacht was er ook voor de worsteling van anderstaligen. Wat ideeën op een rij: 


  • Op de Catamaran, zo vertelt Mahnaz ons, heeft het team besloten één van de twee rapportgesprekken te laten vervallen. In plaats daarvan worden ouders aan het begin van het jaar uitgenodigd voor een kennismakingsgesprek. Tijdens dat gesprek vertellen de leerkrachten niet aan de ouders hoe het hun kind op school vergaat, maar vertellen de ouders aan de leerkracht over hun kind. 'Heel zinvol. Ouders kunnen de aandacht voor hun kind zeer waarderen en wij krijgen veel informatie over onze leerlingen.' Dat zo'n gesprek bij de start van het schooljaar tot een persoonlijker contact leidt dan de algemene informatieavond zal niemand verbazen. 
  • Tevens vertelde Mahnaz dat zij gedurende de cursus Open Boek al meteen zo veel mogelijk ideeën in praktijk bracht en zo haar klas infecteerde met een leesvirus. Tijdens de inloop werden en worden ouders uitgenodigd te lezen met hun kind. Ouders die dat niet of weinig deden, werden door hun kinderen met zachte dwang de klas in 'gesleurd' om mee te doen. Ook bij Vanessa van De Octopus vindt dit sinds enkele weken plaats en de ervaringen zijn goed. De bestaande spelletjesinloop wordt twee keer per week een (voor)leesinloop. Makkelijk gezegd en ook makkelijk gedaan.
  • In de klas van Vanessa gebeurt nog meer. We hebben het project Boek in je rugzak gedoopt en het komt hier op neer: passend bij de thema's waarmee in de groepen 1, 2 en 3 gewerkt wordt, levert de bibliotheek meerdere exemplaren van een prentenboek. In de klas wordt het boek voorgelezen tijdens de intro van het thema en de ouders worden daarvoor uitgenodigd. Zo zien zij hoe het voorlezen gebeurt, welke woorden en onderwerpen van belang zijn, welk gesprek je er over kunt voeren en wat voor spelletje er bij past. Vervolgens gaan zij naar huis met hetzelfde prentenboek zodat zij thuis hun kind nogmaals kunnen voorlezen. Op de Klim-Op hebben ze dit idee aangevuld met een digitale versie van datzelfde verhaal op de website van de school. Doel is natuurlijk dat het lezen thuis gestimuleerd wordt, maar wat als je ouders naar het werk moeten op het voorleesmoment? Jammer dat jouw vader of moeder dan geen boek meekrijgt om thuis te lezen. Of wat als je vader of moeder wel wil maar nog onvoldoende zeker is in het voorlezen? (Echt, probeer het eens in het Frans, het valt niet mee). Een digitale versie op de site van de school maakt het een stuk makkelijker en net zo zinvol. 
  • Ook de Groen van Prinstererschool zet graag digitale prentenboeken op de site. Marianne vertelt over het project Prentenboek van de week. Het papieren boek staat een week lang schoolbreed centraal en is in de verschillende klassen aanwezig (goed geregeld met de bibliotheek) en thuis kan datzelfde boek nogmaals bekeken en beluisterd worden via de website. Zo ontstaat er een mooie galerij aan boeken en wordt de belangstelling voor boeken en lezen thuis gepromoot. Ouderbetrokkenheid hoeft tenslotte niet per definitie in de school plaats te vinden. 
  • Aanvullend hierop kwam het tabletcafé ter sprake. Geïnspireerd op de tabletcafé's voor senioren die in onze bibliotheek plaatsvinden, ontstond op de Octopus het idee voor een tabletcafé voor anderstaligen. Tijdens een bijeenkomst over voorlezen in de ouderkamer merkte ik dat sommige ouders graag wíllen maar niet kúnnen voorlezen. Ik deelde wat ervaringen van mijn eigen pogingen om een andere taal onder de knie te krijgen en liet zien dat ik daar voorleesapps en luisterboeken voor gebruik. Dát wilden zij ook! Ik liet wel wat dingen zien op de iPad en de pc, maar dacht meteen: ze moeten het hier zelf kunnen doen op hun eigen apparaten. Nu komen ze thuis, denken 'Hoe zat het ook weer' en doen het vervolgens niet, terwijl ze wel willen. En dat is een gemiste kans. Een tabletcafé dus. 
  • Collega Anke vertelde over haar ervaringen als vrijwillige voorlezer bij de Voorleesexpress. Ook zo'n voorbeeld waarbij betrokkenheid niet per sé in de school plaatsvindt. Bemiddeling tussen Anke en haar voorleesgezin gebeurt door Patricia van Schaick van de Voorleesexpress en school, maar het creëren van betrokkenheid gebeurt door Anke en bij de kinderen thuis. 'Hoe langer je er komt, hoe meer kinderen leren. En dat beperkt zich niet alleen tot woorden. Ook Nederlandse gebruiken en rituelen worden overgebracht: over hoe een schoolreisje in zijn werk gaat, voorbeeld.'
  • Aansluitend op de voorleesexpress heeft Anke ook de cursus Taal voor Thuis gevolgd. Die richt zich niet primair op de kinderen maar op de ouders. Er worden thema's ter sprake gebracht die op school spelen, zodat de anderstalige ouders beter voorbereid en zekerder van zichzelf naar een rapportgesprek gaan of snappen wat de bedoeling is als er een schoolreisje in aantocht is. Op de Klim-Op doen ze dit soort begeleiding in de Ouderkamer
  • Eén van de bekendere ouderbetrokkenheidsprojecten is de Verteltas. Uiteraard werd ook dit vermeld en er werden ook vragen over gesteld. Marjola laat weten dat zij in dBos van de Octopus prachtige, door ouders gemaakte tassen hebben hangen en dat ze ook helemaal achter het idee staan. Obstakel is de noodzakelijke controle na uitlening. Dit is voor leerkracht toch echt wel een flinke belasting. 'Hoe gaan andere scholen daarmee om? Want het is zo zonde om ze niet te gebruiken. 't Is mooi materiaal en ouders hebben daar veel werk in zitten. Niet gebruiken is dé manier om betrokkenheid in de kiem te smoren.' Toen Anke haar voorleesexpresstasjes liet zien ontstonden voor de Octopus acuut ideeën om aanpassingen aan de Verteltassen te doen. 'Misschien niet zoals het oorspronkelijk bedoeld was, maar wel veel bruikbaarder voor hoe wij het nu bedoelen. En het doel is vergelijkbaar.' 
De voorleesexpresstasjes zijn wat kleiner dan de verteltassen, wat minder gevuld en uitsluitend gericht op talige activiteiten. Rekenkundige, sociale of speelactiviteiten lenen zich meer voor de originele vorm van de verteltas.  
Conclusie van de middag: betrokkenheid kan ook elders plaatsvinden en laten we elkaars ideeën vooral gebruiken en aanpassen aan onze situatie. 







donderdag 5 februari 2015

Achter de schermen

Het gaat goed met dBos in ons werkgebied. Niet alleen is er afgelopen maand weer een nieuwe locatie op basisschool Het Baken geopend, ook hebben we deze week achter de schermen hard gewerkt aan het up to date houden van de verschillende collecties op de scholen. Nogal een klus, maar wel een leuke! Wensen van leerkrachten werden geïnventariseerd, stembriefjes van leerlingen gerubriceerd en aanschaflijsten werden opgesteld. Want alles gaat op maat, passend bij de behoeften van de gebruikers. Resultaat: lijsten met kleuren en onderstrepingen, stapels boeken met notities op post-its en verhitte collega's bij de NBD en/of de kinderboekwinkel. Maar 's avonds voldaan met de voetjes omhoog. 


Altijd spannend: wat hoort nu bij welke school? 


Tegelijkertijd stortten zich binnenshuis collega's op het in orde maken van de zogenaamde 'probleemboeken', je weet wel, van die boeken die niet scannen of waarvan een bladzijde los is geraakt wegens veelvuldig gebruik. Ook hier verhitte hoofden, stapels boeken, plakbriefjes, doosjes, elastiekjes en aan het eind van de dag eveneens een voldaan gevoel. En als dan in één van onze mailboxen onderstaand bericht binnenkomt van een betrokken hulpouder dan weten we het allemaal weer: we doen het niet voor niks! 

Een paar keer per jaar wordt dit kleine circus opgetuigd om van alle
'probleemboeken' weer leesbare boeken te maken.


Sinds oktober is op beide locaties van onze school (de Catamaran) de bibliotheek geïnstalleerd. Het was in het begin even wennen om met de vrijwillige ouders de kinderen te helpen bij het lenen van hun boeken. En al snel nam het enthousiasme toe! De kinderen komen letterlijk huppelend naar de aula om hun boek in te leveren en vertellen soms heel bevlogen hoe ze het boek hebben ervaren. Enkele kinderen hebben hulp nodig bij het kiezen van een boek (er staan er zo veel) en anderen hebben een duidelijke missie bij het vinden van hun volgend boek. Zo konden de kinderen afgelopen maand stemmen op een boek dat nog niet in de bibliotheek aanwezig is. Met de aanschaf van nieuwe boeken wordt zelfs rekening gehouden met de leesvoorkeur van de kinderen. De kinderen brachten massaal hun stem uit via de stembus, deze actie is voor ons (hulpouders) het bewijs dat de interactie met de kinderen rondom het lezen het enthousiasme vergroot! 

Ook de nog niet schoolgaande kinderen houden van dBos







dinsdag 13 januari 2015

Tippen werkt



Regelmatig waai ik tijdens de lunch even binnen op OBS De Octopus om wat boeken onder de aandacht te brengen. Nu had ik een complete leencollectie met BOEKEN VOOR JONGENS bij me (hier kun je lezen waarom zij speciale aandacht verdienen). Ik schuif deze kratten niet zomaar de schoolbieb in zodat ze ongezien in de kast terecht komen. Ik promoot. Ik laat wat boeken zien. Ik maakte meteen de meester van groep 4 gelukkig met aanvulling op de avi-boekjes en trok de aandacht met een dinosaurusboek voorzien van augmented reality (zie filmpje hierboven). 'Hier is mijn klas wel voor te porren hoor. Dat vinden ze leuk. Ze vinden het trouwens sowieso leuk om te lezen. Eén leerling heeft Superhelden ontdekt en het gonst nu door de klas. Ze komen naar me toe: "Juf, weet je hoe spannend." En sommigen denken dat ze echt meedoen in het mysterie door de aanvullende website en zo. Ik moet in groep 8 duidelijk maken dat het spannend is maar toch echt fantasie. Ze zijn enthousiast, leuk om te zien. In de kleedkamer bij gym hebben ze het er over.' 
Hoe dat virus zich verspreid heeft? Gewoon even getipt in de klas, één leerling heeft het opgepakt en het enthousiasme waaierde uit. Soms heeft het zo weinig nodig. Een andere collega bevestigt dat. 'Het werkt bij mijzelf ook wel zo. Ik lees graag, maar weet soms niet zo goed wat. Als iemand me dan iets vertelt kan ik makkelijker kiezen. Weet je nog dat je bij ons in het team Ik ben pelgrim liet zien omdat jij dat net gelezen had? Mijn zus en mijn vriend zijn er al mee bezig. Ik ga hem in de vakantie lezen.'
Zo simpel. Tippen werkt. 
En de biebouders? Die leggen druppelsgewijs de nieuwe boeken neer in op de presentatiekast. Zo worden alle nieuwe boeken gezien.