Waar lopen we warm voor? Wat valt ons op? Welke activiteiten maken ons blij? Welke onderwijsontwikkelingen inspireren ons? Hoe gebruiken we oude en nieuwe media? Welke boeken betoveren ons? Hoe bereiken we leerkrachten, leerlingen en hun ouders? Je leest het hier.
Anke werkte voorheen in de kinderopvang en is daarom behalve leesconsulente dBos ook onze specialis
woensdag 18 september 2019
De kracht van gezinsaanpak
Mooie uitgave van Probiblio over de kracht van gezinsaanpak bij het bestrijden van laaggeletterdheid. Ons team staat er ook met het Doe Mee Café. Wat kunnen we hier behalve wat sfeerfoto's nog aan toevoegen?
dinsdag 27 augustus 2019
Voorlezen in de klas
Toen Bart Moeyaert dit voorjaar de
Astrid Lindgren Memorial Award (ALMA) won ontketende hij kort daarna onbedoeld tumult
op Facebook. Tijdens een interview met de Vlaamse krant De Standaard filosofeerde
hij hardop dat ‘leerkrachten die zelf niet lezen geen goeie leerkrachten zijn.’
En daar stond het.
Volgens Moeyaert enigszins uit de context gehaald, maar toch.
Hij werd er op aangesproken en kreeg naast bijval ook veel commentaar. Bij Jaap Friso en Bas Maliepaard aan tafel lichtte hij tijdens de opname van de dertiende aflevering van de Grote Vriendelijke Podcast zijn uitspraak toe (vanaf minuut 12). Het was een gedachte,
geen stelling. Het was ook geen aanval op de leerkracht maar op hoe wij met
zijn allen hiermee bezig zijn. ‘Ik besef hoe wij het niet goed aanpakken. Dat we
de kinder- en jeugdliteratuur een stevigere plek moeten geven. We moeten het
stelliger gaan doen,’ waarmee Moeyaert verwijst naar de talloze keren waarop
hij vriendelijk vroeg of zelfs smeekte om meer aandacht voor kinder- en
jeugdliteratuur. ‘En als we provoceren komt er wel reactie.’
![]() |
Provocatie van leerkrachten is doorgaans niet onze werkwijze ;) Maar we delen Moeyaerts motivatie om meer aandacht te schenken aan kinder- en jeugdliteratuur
wel. Op de scholen waarmee we samenwerken proberen we het dagelijkse lees- en
voorleesmoment te verankeren in de dagelijkse routine. Met wisselend succes. Op
de ene school lukt het makkelijker dan op de andere. Het verschilt ook wel eens per jaar of per klas. Bij de ene leerkracht is het
ook meer een vanzelfsprekendheid dan bij de andere. En soms loopt het op een school perfect, en dan gebeurt er wat en brokkelt wat is opgebouwd langzaam af. Het blijft een kwestie van onder de aandacht brengen en het belang ervan verkondigen. Als een leerkracht van groep 3 zegt: ‘Het is wel waardevol,
maar het kost zoveel tijd om een heel prentenboek voor te lezen’ zijn we oprecht
verbaasd. Of een collega uit groep 8 die om dezelfde reden zegt: ‘Kwartier per
dag voorlezen? Dat ga ik echt niet doen.’ En ook zijn er onderwijzers die -net als veel ouders- niet overtuigd lijken van
het belang (en plezier!) van voorlezen tot en met groep 8. Maar het is zoals leesbevorderaar Jos Walta zegt: ‘Kinderen
moeten nog leren wat ze graag lezen. Dat betekent dat ze een breed aanbod onder
ogen moeten krijgen.’ Door voor te lezen laat je kinderen kennis maken met
boeken die ze zelf niet zouden kiezen. De ervaring leert dat kinderen daarna ook
eens iets anders proberen en daar plezier in hebben.
![]() |
| Voorlezen stimuleert kinderen ook eens iets anders te proberen |
Natuurlijk kost voorlezen tijd.
Maar het is een nuttige en tegelijkertijd plezierige investering. Voorlezen (en
lezen) is goed voor:
- allerlei
schoolprestaties: Kinderen die worden voorgelezen hebben een grotere kans om
zelf ook een lezer te worden. En kinderen die lezen doen het beter op school
dan kinderen die niet lezen.

- de taalontwikkeling: Tijdens het voorlezen krijgen kinderen goed taalaanbod met goed geformuleerde zinnen en rijk taalgebruik. Vooral als daarna gesproken wordt over wat gelezen is, leren kinderen zelf goede zinnen maken, vragen stellen, hun mening formuleren.
- de woordenschat: Kinderen die lezen en voorgelezen worden, komen veel nieuwe woorden tegen. Ze leren betekenissen uit de context te halen en breiden hun woordenschat uit. Juf J. (groep 3) na het aandachtig bestuderen van Kolletje: ‘Wat een rijkdom aan woordenschat! Als je er zo naar kunt kijken helpt dat al. Dan kost voorlezen geen extra tijd maar dan is het taalaanbod. Dan is het een verrijking.’
- het opdoen van kennis en/of ervaringen, zeker als de voorlezer een boek kiest wat de kinderen zelf nog niet helemaal aankunnen. Qua woordenschat, of onderwerp, beeldend taalgebruik, verhaalstructuur, langere spanningsbogen.
- het ontwikkelen van empathie: In een boek kun je ervaren wat je in het echte leven niet kunt of wilt ervaren. Dat zorgt voor meer inbeeldingsvermogen en begrip voor mensen die anders zijn dan jij.
- de exclusieve aandacht voor de bofferds die thuis worden voorgelezen. Helaas houdt dat voor veel kinderen op als zij in groep 3 zelf leren lezen.
Wat dan?
Daarnaast zijn er gelukkig ook meesters en juffen die aangeven dat ze best of zelfs graag dagelijks willen voorlezen, maar ‘Wat dan precies? Welke boeken zijn nou echt geschikt? Ik ken er te weinig.’ En daarbij blijft voor een leerkracht (groep
4/5) de hamvraag: ‘Ik ben overtuigd van het nut, maar waar haal ik de tijd
vandaan met alle methodelessen die ik ook moet doen?’ Dit argument tijd
horen we vaak. De vraag is echter of alle methodelessen altijd moeten. En of de
lessen altijd volledig moeten. Schoolleiders, bouwcoördinatoren en leescoördinatoren zeggen vaak dat leerkrachten op hun eigen professionaliteit en kennis mogen en moeten vertrouwen. Soms kun je een methodeles inkorten omdat een oefening uit een werkboekje bij voorbeeld niet zo noodzakelijk is. Of je kunt voorlezen
in plaats van een taalles, een begrijpend-lezenles of een woordenschatles. Je kunt de les ook combineren met voorlezen. Met
behulp van een miniles of een les begrijpend luisteren maak je van je voorleessessie een effectieve taalles.
dinsdag 11 juni 2019
Boekpromotie en boekenkring
De afgelopen weken hebben we de monitorrapportages van de verschillende scholen weer uitgebreid bekeken en besproken met de leescoördinatoren. Er is iets wat na lange samenwerking blijft opvallen: boekenkring en boekpromotie blijven voor veel leerkrachten een lastig punt. Het wisselt een beetje per school en per jaar, maar het keert vaak terug in de gesprekken. Waarom boekpromotie en boekenkring zo belangrijk zijn? Smaakverbreding.
Toen ik een tijdje geleden een boekensushi wilde doen in een klas heb ik ter plekke iets anders geïmproviseerd. Het idee van deze werkvorm is namelijk dat de boeken als in een sushibar langs de leerlingen schuiven en ze steeds gedurende een minuutje boeken van hun klasgenoten kunnen bekijken. Met 14 soortgelijke boeken is dat geen leuk spelletje. En afgelopen week had ik deze foto in nog 3 andere klassen kunnen maken.
Nu heb ik geen principiële bezwaren tegen deze populaire boeken. Maar ik weet dat veel leerlingen met hulp van anderen ontdekken dat er meer is wat zij ook kunnen waarderen. Dat er naast graphic novels nog veel meer mooie verhalen geschreven zijn. Daarom doen we vaak aan boekpromoties in de klassen. We nemen nieuwe collectie mee of we zoeken in de bestaande collectie naar boeken die kinderen niet snel pakken maar die wel de moeite waard zijn. Als we na afloop vragen voor wie er een boek bij zat om zo snel mogelijk te gaan lezen, gaat steevast 75% van de vingers omhoog. Tussen die gepromote boeken zit zelden of nooit een loser, een muts of een boomhut. Die lezen ze toch wel.
Door andere boeken onder de aandacht te brengen, lezen ze ook eens iets anders en ontdekken ze nieuwe schrijvers, nieuwe series en nieuwe genres. Dit moet continu gevoed worden en moet niet afhangen van die paar keer per jaar dat 'de bieb' alle klassen langs gaat. Ook leuk natuurlijk, en we doen het graag. Maar leesplezier aanwakkeren en onderhouden kunnen we niet alleen. Daar hebben we de leerkrachten bij nodig. Leerkrachten die beginnen met voorlezen en na een paar dagen stoppen en vragen: 'wie wil het uitlezen?' Leerkrachten die met een boek onder hun arm bij de deur alle leerlingen een hand geven. 'Meester, wat heb je?' 'Een heel mooi boek. Ga ik straks over vertellen.' Leerkrachten die leerlingen even met elkaar over hun boek laten praten. Of via het digibord een miniquizje doen, bv. met boekomslagen waarvan de titels is weggepoetst. Eens een blind date aandurven met een boek. Een stapelgedicht maken of een heel persoonlijke tip geven. Er zijn zo veel manieren te bedenken om in een paar minuten het lezen en de schoolcollectie zonder al te veel voorbereiding op een positieve manier onder de aandacht te brengen.
Toen ik een tijdje geleden een boekensushi wilde doen in een klas heb ik ter plekke iets anders geïmproviseerd. Het idee van deze werkvorm is namelijk dat de boeken als in een sushibar langs de leerlingen schuiven en ze steeds gedurende een minuutje boeken van hun klasgenoten kunnen bekijken. Met 14 soortgelijke boeken is dat geen leuk spelletje. En afgelopen week had ik deze foto in nog 3 andere klassen kunnen maken.
Nu heb ik geen principiële bezwaren tegen deze populaire boeken. Maar ik weet dat veel leerlingen met hulp van anderen ontdekken dat er meer is wat zij ook kunnen waarderen. Dat er naast graphic novels nog veel meer mooie verhalen geschreven zijn. Daarom doen we vaak aan boekpromoties in de klassen. We nemen nieuwe collectie mee of we zoeken in de bestaande collectie naar boeken die kinderen niet snel pakken maar die wel de moeite waard zijn. Als we na afloop vragen voor wie er een boek bij zat om zo snel mogelijk te gaan lezen, gaat steevast 75% van de vingers omhoog. Tussen die gepromote boeken zit zelden of nooit een loser, een muts of een boomhut. Die lezen ze toch wel.
Door andere boeken onder de aandacht te brengen, lezen ze ook eens iets anders en ontdekken ze nieuwe schrijvers, nieuwe series en nieuwe genres. Dit moet continu gevoed worden en moet niet afhangen van die paar keer per jaar dat 'de bieb' alle klassen langs gaat. Ook leuk natuurlijk, en we doen het graag. Maar leesplezier aanwakkeren en onderhouden kunnen we niet alleen. Daar hebben we de leerkrachten bij nodig. Leerkrachten die beginnen met voorlezen en na een paar dagen stoppen en vragen: 'wie wil het uitlezen?' Leerkrachten die met een boek onder hun arm bij de deur alle leerlingen een hand geven. 'Meester, wat heb je?' 'Een heel mooi boek. Ga ik straks over vertellen.' Leerkrachten die leerlingen even met elkaar over hun boek laten praten. Of via het digibord een miniquizje doen, bv. met boekomslagen waarvan de titels is weggepoetst. Eens een blind date aandurven met een boek. Een stapelgedicht maken of een heel persoonlijke tip geven. Er zijn zo veel manieren te bedenken om in een paar minuten het lezen en de schoolcollectie zonder al te veel voorbereiding op een positieve manier onder de aandacht te brengen.
vrijdag 29 maart 2019
ABC-tje
| Taalspelletjes op het multitouchscherm bij de ABC-club |
Welke dingen doen we?
De ABC-club kenmerkt zich door
diverse activiteiten rondom 4 praktische thema’s en veel camouflagetaal. En dan
hebben we het niet over vage kantoortaal om leegheid te verbergen maar over activiteiten
die niet primair gericht zijn op taal maar die wel veel taal uitlokken. Want
taal leer je door te oefenen en fouten te maken. En het liefst samen met
anderen en bij voorkeur niet (te veel) uit lesboeken. De thema’s zijn: locaties, beroepen, sport en vrijetijd.
![]() |
| Woorden leren tijdens dramalessen |
Elke thema start met een theaterles
waarin de belangrijkste woorden worden behandeld. Het leren van nieuwe woorden door middel van
spel maakt het nieuwe thema toegankelijk. Woorden worden uitgebeeld,
aangewezen, opgezocht op google afbeeldingen en nog eens uitgebeeld. Je ziet de
kinderen plezier hebben en je hoort tegelijkertijd de hersens kraken.
![]() |
| Ontwerpen |
![]() |
| Spelen |
![]() |
| Spelen |
Met die nieuwe woorden op zak is
het tijd voor andere activiteiten. Tijdens het thema Locaties speelden de deelnemers een Capels detectivespel waarbij
zij niet alleen nieuwe woorden tot zich namen, maar ook kennis maakten met diverse
interessante locaties in Capelle: de voetbalvelden, school, bibliotheek of de
kinderboerderij om een paar voorbeelden te noemen. Deze
locaties hebben zij getekend op een zelfontworpen metrolijn-achtig spelbord.
Bij dit spelbord horen talige spelvormen bij om de woordenschat nog verder uit
te breiden. Zo speuren de kinderen naar
een boef die de ene keer in het restaurant en de andere keer in het zwembad is.
Steeds worden zijn uiterlijke kenmerken of bepaalde handelingen benoemd,
waarmee zij meer informatie krijgen voor hun speurwerk. Ze oefenen zo met
werkwoorden, bijvoeglijk naamwoorden en zelfstandig naamwoorden in een spannende
race tegen de klok. Welk team heeft de gezochte boef als eerste opgespoord? Docent Anne Goedhart: 'Ze
vonden het zo leuk om te doen dat ze er de les erna op terug kwamen omdat het
spel niet binnen de tijd kon worden uitgespeeld. "We moeten het spel nog
uitspelen!"’
Niet alleen bij het spelen van het
spel, maar ook bij het maken van ‘De Capelse Detective’ hebben kinderen al
doende veel taal nodig. Wat is er nodig? Hoe pakken we het aan? Begrijpt
iedereen hoe het werkt? 'Want de communicatie kan wel eens misgaan.' Maar dan is
daar altijd Anne om de kinderen verder te helpen. Ze maken al spelende
eigen zinnen, stellen vragen, vervoegen werkwoorden en voegen nieuwe woorden
toe aan hun Nederlandse woordenschat. En wat zo fijn is: er zijn geen fouten.
Wel kan het soms beter. Ook daar helpt Anne hen bij. En de anderen trouwens
ook. Anne: ‘Er zijn drie meisjes die al eerder meededen. Zij waren toen talig
gezien de zwaksten. Nu zijn ze de sterksten en helpen zij bewust en onbewust
andere kinderen talig sterker te worden.’
| Werken met de greenscreen |
![]() |
| Spannend: zwemmen met dolfijnen |
Bij alle activiteiten blijkt
hoeveel woorden je nodig hebt. Zelfs bij de opdrachten die in eerste instantie
erg beeldend lijken. Een foto maken met behulp van een greenscreen is ook een
van de activiteiten die past bij het thema Locaties.
Heb je een idee voor je persoonlijke greenscreenopdracht? Dan moet je over
woorden beschikken om dit idee over te brengen op de fotograaf zodat de foto
ook wordt zoals jij het bedacht hebt. Het idee is dat de deelnemers een
handeling verrichten op een zelfgekozen locatie. De mogelijke locaties zijn erg
divers (zolder, winkelstraat, strand) net als de handelingen die er doorgaans
verricht worden (kruipen, slenteren, duiken) Welke dingen doe je daar? En hoe
breng je dat in beeld? Allemaal taal, taal, taal. Ze leren enorm en hebben lol
in wat ze doen.
De bibliotheek is thuis in
taalverwerving en het creëren van verhalen. Gaat het om de artistieke kant van
de activiteit dan wordt bij voorbeeld de Kunstkring ingeschakeld. Hoe teken je die hokken van
de dieren op de kinderboerderij? En ook daar heb je wederom woorden voor nodig.
Is het hok hoog of laag? Van hout, gaas, glas of metaal? Zit het hok altijd
dicht of soms ook open? Is het eenmaal gelukt om het hok te tekenen, dan volgt
het spel ‘Hekken sluiten’ waarbij kinderen door denkbeeldige hekken te sluiten
vooral de namen van dieren op speelse wijze oefenen. Lukt het niet? Geen
probleem want google afbeeldingen is geduldig en bijzonder effectief.
Zelfs als je even moet wachten
terwijl anderen met de greenscreen bezig zijn, blijkt de beschikking over
voldoende woorden heel zijn. Collega John neemt de wachters op deze mooie
lentedag even met een bal mee naar buiten. De regels van het voetbal zijn wel
bekend. Maar wie een ander spel wil spelen heeft woorden nodig om spelregels
uit te leggen of af te spreken.
| Buitenspelen tijdens het wachten |
Anne zoekt bij elk thema verbinding
met Capelse organisaties. Bij het thema’s Sport
en Vrije Tijd wordt onder meer samengewerkt
Sportief Capelle en de dansschool van Noes Fiolet. Tijdens het thema Beroepen gaat de club naar de Capelse
brandweer en de Kunstkring Capelle. Zo leren de nieuwkomers onze taal en stad
steeds beter kennen. En dat was waar het de Van Cappellenstichting in beginsel
om te doen was.
Plezier voor 10!
Het taalniveau van de deelnemers loopt
fors uiteen. Er zitten kinderen tussen die al wat langer in Nederland zijn. Ook zijn er kinderen
bij die tijdens eerste bijeenkomst nog geen woord Nederlands spraken. Anne
Goedhart: ‘Je ziet ze groeien. Twee jaar geleden kon ik met deze meiden nog niet praten en nu zijn
zij talig het sterkst. Ze helpen elkaar. We beelden veel uit en zoeken veel op.
Ze zijn trots op wat ze leren.’ Nu en dan worden ook de ouders uitgenodigd. Zij
doen dan wat de kinderen ook doen. ‘Daarmee hopen we niet alleen de
betrokkenheid, maar ook de eigen woordenschat van de ouders te vergroten.’
De waardering voor de ABC-club
blijkt wel uit het feit dat sommige kinderen zich liefst voor de 3e
keer aan zouden aanmelden. ‘Meer dan 10 deelnemers kunnen we helaas niet aan
met deze groep die om intensieve begeleiding vraagt. Deze doelgroep vraagt
aandacht, tijd en vertrouwen en die willen we geven.’ Na 10 aanmeldingen volgt
er een stop en een wachtlijst. En ook die loopt met 8 wachtenden al snel vol.
maandag 11 maart 2019
Kleine successen in het Doe Mee Café
| Een van de kleine successen: naar huis met een boek voor jezelf! |
Persoonlijke
aandacht, tijd en vertrouwen
De inhoudelijke programmering van deze pilot was niet
ingewikkeld. Wekelijks is er gecamoufleerd taalaanbod. Zo komt Welzijn Capelle
een keer vertellen over De Vreedzame School en De Vreedzame Wijk en delen we de
bijhorende kletskaarten in de groepsapp, zodat ze thuis verder kunnen praten
met hun kind.
| Kletskaart uit De Vreedzame School |
| Taalspelletjes |
We doen (talige!) gezelschapsspelletjes en bekijken uitgebreid kijk- en zoekboeken. We bespreken het belang en de mogelijkheden van voorlezen, digitaal voorlezen en voorlezen in de eigen taal. We bezoeken samen de bibliotheek, iedereen krijgt een jaar lang gratis lidmaatschap cadeau en we kijken naar eventuele passende vervolgtrajecten voor wie wil. We ontdekten al snel dat we meer aanbod hadden dan tijd. Aanpassen, weglaten en wat langzamer dus. Geen probleem. De werving bleek meer moeite te kosten. Niet onverwacht overigens, want de ervaring leert dat het betrekken van ouders niet meevalt. En vooral de ouders die we willen bereiken (NT1’ers en NT2’ers) lijken moeilijk te mobiliseren. Moeten ze naar werk? Vinden ze het te moeilijk? Zijn ze te bescheiden? Hebben ze geen zin? Snappen ze niet wat van hen verwacht wordt? Ervaren ze het aanbod wel als 'voor hen'?
We hebben ervaren dat persoonlijke aandacht, vertrouwen en
tijd een beslissende rol spelen in de werving. Dat kan bij voorbeeld
inhouden dat we wekelijks tijdens de leesinloop aanwezig waren in de klas en
met ouders konden spreken. Of dat we tijd vrijmaakten om een kop koffie
meedrinken als de doelgroep bij elkaar kwam in de ouderkamer. We zijn zelfs eens
op onze vroege vrije vrijdagochtend aangeschoven bij het vorstelijk ontbijt dat
regelmatig wordt georganiseerd door een groep moeders uit de wijk. Deze tijd
moet je nemen om contact te leggen en vertrouwen te creëren. Zo konden we
uitleggen wat ons idee was en belangrijker nog, we konden hen vragen wat ze
graag wilden leren. En het heeft geholpen. We kwamen oude bekenden tegen van
eerdere activiteiten. En met een vertrouwd gezicht gaan zij makkelijker in
gesprek dan met iemand die ze niet kennen en toch iets van ze wil. We hebben
een compleet circus opgetuigd met vertrouwde gezichten: leerkrachten,
taaldocenten, buurtmoeders, vrijwilligers van het taalcafé. En de ook de
cursisten zelf speelden hierin een rol: vanaf de tweede bijeenkomst begonnen
zich kennissen/vrienden aan te sluiten.
Sommige deelnemers geven aan dat ze het moeilijk vinden om
met Nederlanders in contact te komen om hun taal te oefenen. Ze vinden het Doe
Mee Café gezellig, want hun sociale netwerk is soms (nog) maar klein. Er
ontstaan nieuwe contacten. Een tweetalige ouder die vloeiend Marokkaans en
Nederlands spreekt komt ook voor de gezelligheid. ‘Ik kom wel uit deze wijk, maar
mijn kinderen zitten niet eens hier op school. Ik vind het gewoon gezellig.’ Daarnaast
vindt zij ook dat een goede ontwikkeling op school begint met taal. Ze vindt
dat alle ouders, meertalig of enkeltalig, veel aan taalstimulering moeten doen.
‘Dat is belangrijk voor onze kinderen.’ Zij vervult graag
de rol van ambassadeur want ‘iedere ouder wil het beste voor zijn kind.’
| Waar is de gele grijper? |
| Een onverwachte ontdekking! |
Onverwacht komen sommige van deze kinderen soms mee in
verband met een studiedag op school. Met de gezinsaanpak in het achterhoofd
vinden wij dat alleen maar voordeel oplevereBijschrift toevoegenn. Ouders kunnen in gesprek met hun
kind over De Vreedzame School of de prentenboeken die we bij ons hebben. Toen
O. haar zoon S. (5 jaar) meenam verkoos hij in eerste instantie zijn tablet met
wat filmpjes. O. pakte een zoekboek en ging naast hem zitten. Aan het eind van
de ochtend ging het boek mee naar huis en na drie dagen ontvingen we een foto:
hij kan er geen genoeg van krijgen en vertelt uitgebreide verhalen over de gele
grijper. Missie geslaagd! Want de achterliggende gedachte van onze Doe
Mee-aanpak is dat deze ouders niet alleen hun eigen taalvaardigheid versterken,
maar die van het hele gezin een zetje geven. En ook dat zij concrete ingangen
en handvatten krijgen om dit te doen. Ze maken kennis met de bibliotheek,
krijgen een eigen pasje en daarmee toegang tot Lees&Schrijf!-collectie. We
laten het Taalpunt en het Taalcafé zien (mensen schoven meteen aan!) en
attenderen hen op de Voorleeshoek, de VoorleesExpress en oefenen.nl.
| Informatie over de diverse mogelijkheden op het gebied van taal |
| Wie komt waar vandaan? |
De groepen zijn divers in omvang, in taalniveaus en in
landen van herkomst. Ook de verschillen in leerwensen en leervermogens
zijn soms groot. Maar dat vormt geen probleem, want allemaal hebben ze
hetzelfde doel: Nederlands praten. Vooral oefenen en geen les, geen huiswerk,
geen grammaticaregels en geen diploma. Gewoon Nederlands praten en leren door
te doen. De ochtend dat NL Educatie kwam vertellen over de mogelijkheden vielen
dan ook goed in de smaak! En wie wel een diploma wil kan terecht bij Zadkine. Daar
kunnen ze 20 tot 30 weken verder als onze pilot na 6 weken stopt. Inmiddels
hebben zich al diverse mensen gemeld voor deze taalscholen. We vinden het heel
tof dat NL Educatie en Zadkine de inhoud van hun lessen zo laagdrempelig kunnen overbrengen
dat mensen zin hebben om weer naar school te gaan!
| Proeflesje Nederlandse klanken met Zadkine en NL Educatie |
maandag 28 januari 2019
Praten over boeken
Het is een tijd geleden dat dit op tv werd uitgezonden (kijken vanaf minuut 2.10),
maar team dBos was meteen getrigged! Binnen ons team hebben we het ook
regelmatig over het belang van praten over boeken. Waarom zou je het eigenlijk
doen? En hoe dan precies? Is het niet te moeilijk? Past het bij de leeftijd? We
weten dat veel leerkrachten het best lastig vinden om met hun klas over boeken
te praten, zeker als zij iets meer de verdieping willen zoeken in zo’n gesprek.
Goede voornemens genoeg, maar in de praktijk blijft de uitvoering toch vaker
liggen dan gewenst. Maar gelukkig verschijnt er steeds meer informatie over het
waarom en het hoe. We zijn er dus eens ingedoken en zetten hier wat informatie
op een rij.
Waarom zou je praten over boeken?
- Leerlingen vinden praten over boeken leuk om te doen. Ze worden op ideeën gebracht of herkennen hun eigen plezier in dat van een klasgenoot die vertelt over een boek dat ze zelf al eerder lazen. Het sociale aspect motiveert: ‘Ik vond het leuk dat we hetzelfde boek gelezen hadden, want zo konden we elkaar een beetje begrijpen.’
- Het delen van een leeservaring is plezierig, vooral als daar geen schoolse activiteiten aan verbonden worden zoals bij voorbeeld het schrijven van een verslag. Kijk maar naar de manier waarop volwassenen met elkaar praten over iets wat ze delen. Of het nu een Netflixserie is (Narcos), een tv-programma (Wie is de mol?) of een boekserie (De zeven zussen), volwassenen kletsen er graag over. Oppervlakkig en diepgaand en alles daartussen in. Ze hebben er plezier in om hun ervaringen en kennis met anderen te delen. Bij kinderen werkt dat net zo: Fortnite, bekende youtubers en ook gelezen boeken. Echt waar. Als ze maar kunnen bespreken wat zij graag willen bespreken.
- Door te praten leren leerlingen hun eigen smaak ontdekken en/of verbreden. Ze zien nieuwe boeken waarvan ze niet wisten dat ze bestonden of waarvan ze het idee hadden dat ze niet interessant genoeg waren om open te slaan. Het is daarom ook van belang om als Chambers' ‘helpende volwassene’ titels aan te dragen. Voorkom dat de klas in de ‘boomhutbubbel’ blijft zitten.
![]() |
| Slechts 8 leerlingen uit deze groep 7 (niet op de foto) hadden een ander boek dan Boomhut, Muts of Loser |
- Praten leert leerlingen woorden te geven aan wat ze vinden. ‘Nou, gewoon’ en ‘alles’ zijn vaak gehoorde antwoorden. Mag, maar in dit soort gesprekken graven we graag nog even verder zodat ze hun mening beter leren formuleren. Helemaal mooi is het als zij die mening ook nog leren onderbouwen met argumenten. Leerkrachten die gewerkt hebben met de aanpak van Gertrud Cornelissen (zie verderop in deze blog) gaven aan dat júíst leerlingen die op communicatief gebied zwakker waren de grootste groei doormaakten.
Aidan Chambers: 'We weten pas wat we denken als we het onszelf horen zeggen.'
- Een gesprek met anderen kan leiden tot beter begrip. Tijdens een pilot op een van de scholen waarmee we samenwerken, viel op dat leerlingen (groep 6) meningen bijstelden of anderen konden overtuigen van iets. Bovendien signaleerden ze verkeerd begrepen fragmenten. Door stukjes voor te lezen en toe te lichten konden zij de situatie voor de ander verhelderen. Al bladerend werd aangetoond wat de ander verkeerd had opgevat en hoe het wel in elkaar zat. ‘Oh ja, nu zie ik het.’ Door dit met elkaar te bespreken hebben ze dingen geleerd of begrepen die ze niet hadden geleerd of verkeerd hadden begrepen als ze het alleen hadden gelezen.
- Tijdens een gesprek ervaren leerlingen dat andere lezers iets heel anders kunnen vinden, soms zelfs iets heel anders kunnen lezen. Ze horen ook dat meningen verschillen en dat dat helemaal niet erg is. Alle meningen zijn okay, zeker als je er ook nog argumenten voor hebt. Leerlingen ervaren succes: ‘Oh, mijn inbreng doet er ook toe.’
Als team komen wij ook wel eens (te weinig) bij elkaar om gelezen boeken met elkaar te bespreken. Boekkeuzes variëren van oude persoonlijke favorieten tot gloednieuwe titels uit de dBos-collecties. Het is gezellig, je ontdekt nieuwe boeken die je vervolgens wilt lezen en die je met veel overtuiging op school kunt verkopen. En dat werkt.
Hoe kun je praten over boeken?
‘Hoe dan?’ is een vraag die we regelmatig horen. ‘Jullie
kennen al die boeken en die schrijvers, maar ik zie mezelf niet al die boeken
lezen. Het vraagt nogal wat voorbereiding.’ Dat is soms waar, maar dat hoeft
niet altijd. Er zijn namelijk ook best vormen te vinden waarbij er
laagdrempelig wordt gepraat over boeken. Zeker met kinderen vanaf halverwege groep 4 kun je al prima het gesprek op gang brengen door laagdrempelige spelletjes
te doen:
- Boekpromotie: wat jij (als leerkracht) leest en waar jij over vertelt is voor een bepaalde groep kinderen per definitie interessant. Wat jij er van vindt ook. Doen dus. Vertel zelf en laat reageren.
- Omslag als 'ansichtkaart': kies enkele boekomslagen, knip de titel en de schrijver er af en print op de achterzijde wat informatie over het boek (gewoon van bol.com). Laat enkele kinderen een afbeelding kiezen die bij hem of haar (of zijn of haar stemming) past. Laat vertellen en zie wat er gebeurt. Wijs daarna op de boekinformatie op de achterzijde.
- Speeddaten: laat tweetallen elkaar 1 minuut vertellen over het boek dat zij nu lezen. Na 2 minuten zoekt iedereen een andere partner.
- Leg een variëteit aan boeken en tijdschriften neer en voer een leesgesprek met individuele kinderen of met kleine groepjes. Laat vertellen over hun frustraties en voorkeuren en over hun leesgedrag op school en thuis. Je leerling krijgt niet alleen even de exclusieve aandacht van jou, maar je komt ook dingen over hem/haar te weten die je niet verwacht en die niet in toetsresultaten zichtbaar worden. Kijk hier voor voorbeelden en meer info op de site van SLO.
Meer inhoudelijke boekgesprekken
Wil je al met kleuters inhoudelijk praten over boeken dan is dit boek
een aanrader: Prentenboeken lezen als literatuur.
Coosje van der Pol beschrijft niet alleen haar onderzoek naar het literair
voorlezen aan kleuters, maar geeft ook nog praktische en heel handzame
suggesties om met de jongsten in gesprek te gaan over de voorgelezen boeken.
Anders dan de titel doet vermoeden blijkt literair voorlezen niet zo’n
ingewikkelde aanpak. Het belangrijkste is eigenlijk dat je gedurende het gesprek
‘in’ het boek blijft. Bij interactief voorlezen stap je al snel ‘uit’ het boek
omdat je ingaat op de beleving van kinderen (‘Heb jij ook een kip thuis?’) terwijl
het gesprek zich bij literair voorlezen steeds richt op wat er in het boek gebeurt ('"Het is feest" staat er, maar hoe kijkt de kip? Hoe komt dat?').
Voor oudere kinderen sla je er heel goed Aidan Chambers op
na.
Hij licht in zijn boek Leespraat
toe waarom praten er toe doet. Op vrij eenvoudige wijze kun je al gericht
gesprekken op gang brengen door kaartjes met vragen via deze link te downloaden en te gebruiken. Let op: het gaat om het gesprek, niet om de kaartjes.
Zij dienen slechts als hulpmiddel om tot een gesprek te komen. Pas op voor
snelle antwoorden en hup, door naar de volgende vraag.
Manieren om de gesprekken die Chambers voor ogen heeft op
gang te brengen en te houden zet Gertrud Cornelissen op een rij in haar boek Maar als je erover nadenkt…
Enorm praktisch
met handreikingen hoe een en ander aan te pakken. Zo geeft zij voorbeelden van
vragen die een gesprek op gang houden of trucjes om alle leerlingen aan het
woord te laten. Ze bouwt samen met de kinderen op hoe je een mening met een
argument kunt ondersteunen en dat alles op heel luchtige wijze. Daarnaast beschrijft
zij haar eigen gesprekken met leerlingen zodat je je een duidelijk beeld kunt
vormen van wat ze bedoelt.
Tot slot wil ik de boeken Hoe lees ik? en Hoe lees ik korte verhalen? van Lidewijde Paris nog vermelden.
Niet dat zij zich hierin
nu zo buigt over boekgesprekken met kinderen, maar in haar column op hebban.nl vraagt zij zich in meer algemene zin af waar die samen-erover-praten-behoefte vandaan komt. Daarbij werkt haar manier van kijken naar
verhalen erg inspirerend. 'Omdat het anders wordt gebracht' (Sem aan tafel bij Twan Huys) wordt iets wat niet leuk is opeens wel leuk. En anders kijken is wat Paris ook doet. Heel verfrissend is het als zij haar literaire
inzichten laat zien aan de hand van een eenvoudig reclamefilmpje:
Na het bekijken van dit filmpje gaat zij in gesprek: Welk
verhaal wordt verteld? Wat wordt er niet verteld (maar weten we toch)? Ze introduceert
het begrip ‘stille signalen’ die wij interpreteren om het verhaal op te bouwen. Zij ziet een verhaal als een tekening met puntjes en cijfers: door de puntjes op de juiste manier te verbinden krijgen we het hele plaatje. In haar boeken geeft ze aanwijzingen om de puntjes in het verhaal te vinden en te verbinden. Hoe verhelderend
zou het voor sommige leerlingen zijn om dit soort parallellen te trekken? Ik
ben er van overtuigd dat het hun leesplezier en hun leesbegrip ten goede komt. En daarom wordt er tijdens onze eerstvolgende nascholing
Open Boek op 20 februari aandacht besteed aan dit onderwerp en komt Jacqueline Terwijn van Bibliotheek West Achterhoek vertellen over haar ervaringen in de praktijk met de aanpak van Gertrud Cornelissen.
woensdag 7 februari 2018
Begrijpend luisteren als opmaat naar beter leesbegrip
Scholen waarmee we samenwerken zijn altijd op zoek naar
verbeteringen van de dingen die ze al doen. Momenteel merken we dat de focus regelmatig ligt op begrijpend luisteren in de onderbouw als opmaat naar begrijpend
lezen in de hogere groepen. Begrijpend lezen is sterk gericht op kennis hebben
en op kennis afleiden. Begrijpend luisteren ook. En scholen die de begrijpend leesresultaten willen verbeteren, doen er goed aan in de onderbouw te beginnen.
Een goede begrijpend lezer heeft behalve een vlotte leestechniek
en een goede woordenschat ook een aantal leesstrategieën in zijn repertoire om
teksten beter te begrijpen: voorspellen, samenvatten, afleiden, verbinden, visualiseren,
woordleerstrategieën en vragen stellen. Ze zullen niet onbekend klinken, want
ze komen in alle recente onderzoeken en in de gangbare methodes terug.
Maar hoe deze strategieën te oefenen met kinderen die het
lezen zelf nog niet hebben geleerd? Redelijk eenvoudig: voordoen tijdens het
voorlezen. Laat kinderen weten wat jij als ervaren lezer voor strategieën toepast
om een verhaal goed te begrijpen. Als je het voorlezen nét iets anders aanpakt
geef je kinderen strategieën mee die ze zelf gaan toepassen tijdens het latere lezen.
![]() |
| Strategie voorspellen oefenen |
Hoe? In deze Werkmap Begrijpend luisterenen woordenschat van het CPS staan tot in detail uitgewerkte voorbeeldlessen
bij diverse prentenboeken. Per boek worden meerdere strategieën uitgewerkt. Wanneer wij er zelf mee werken, kiezen we er trouwens wel
voor om één strategie per voorleesbeurt te modelen. Dan is duidelijk voor de
leerlingen waar we naar toe willen. Alle mogelijkheden en lagen van een boek
benutten in één les leidt tot verwarring. Laat gerust iets liggen en besluit daar
de volgende keer expliciet aandacht aan te besteden.
Tips bij modelen:
- Niet vragen maar voordoen
- Benoem één leerdoel: vandaag gaan we dit verhaal samenvatten
- Houd het simpel: als leerlingen snappen waar je heen wilt, komt hun leren op gang
- Gebruik vaste scripts, dat roept herkenning op. Bij voorspellen kan dat bij voorbeeld zijn:
Als ik de titel bekijk, dan lees ik: Ik moet zó nodig
Als ik naar het plaatje kijk, dan zie ik een jongen met een benauwd gezicht en een verkrampte houding.
Ik voorspel dat dit boek gaat over een jongen die nodig moet plassen maar niet kan.
Bij samenvatten dan dat bij voorbeeld zijn:
'Ik doe het boek even dicht en ik herhaal het belangrijkste uit het verhaal. Ik zeg de drie belangrijkste dingen nog een keer:.... Nu gaat het boek weer open en ik lees verder.'
Naast deze tips bij het modelen is ook de wijze van interactie tijdens zo'n les iets om over na te denken. Vanzelfsprekend
zoek je naar betrokkenheid. Vaak doen we dat door vragen te stellen. Maar pas op voor de valkuil. Vraag je kinderen wat zij denken, dan kan het alle kanten opgaan. Dat is niet
altijd erg, maar wel als het je doel is om samen te leren wat bij voorbeeld samenvatten is. Doe voor, model, vertel, laat zien, want jij
weet hoe het moet. Eenmaal afgerond? Stel dan pas vragen. Bij voorkeur vragen die
aanzetten tot denken of vragen die uitlokken tot ‘zelf doen’. Een denkvraag bij Rupsje Nooitgenoeg zou bij voorbeeld kunnen zijn: waarin zijn een cocon en een jas hetzelfde?
(bron: Training Begrijpend luisteren en woordenschat, CED Rotterdam, zomer 2017)
Bij interactief voorlezen gaat het vooral om betrokkenheid en stap je ook uít het verhaal. Hier niet. Interactief voorlezen is daarmee beslist geen verkeerde manier van voorlezen. Het dient alleen een ander doel. Bewaar dat voor een volgende voorleesbeurt. Kinderen vinden het sowieso leuk om hetzelfde boek meer dan eens te horen.
Het betrekken van achtergrondkennis kan ook aanleiding zijn om uit het verhaal te stappen. Doe voor hoe je in het verhaal blijft. Na de les is er ruimte voor uitstapjes. Een voorbeeld: in het boek Neushoorns eten geen pannenkoeken komt Maartje op het punt dat ze met een imaginaire neushoorn praat. Hier kun je eigen achtergrondkennis combineren met het verhaal en zo informatie afleiden (de bedoelde strategie). 'Ik lees dat de vader en de moeder van Maartje druk zijn. En ik weet dat als je heel druk bent, je heel weinig aandacht hebt voor andere dingen. Ik lees ook dat de vader en moeder van Maartje niet naar haar luisteren als zij iets zegt. Als niemand naar mij luistert voel ik me erg alleen. Ik denk dat Maartje zich ook alleen voelt en tegen de neushoorn praat om zich minder alleen te voelen.'
(bron: Werkmap Begrijpend luisteren en woordenschat; CPS Onderwijsontwikkeling en advies, januari 2015)
Een map vol ideeën om in de praktijk uit te voeren dus. Houd het simpel en proberen maar! Of neem contact op met bv. het CED als jouw team een complete training wil volgen.
Abonneren op:
Posts (Atom)


























