Waar lopen we warm voor? Wat valt ons op? Welke activiteiten maken ons blij? Welke onderwijsontwikkelingen inspireren ons? Hoe gebruiken we oude en nieuwe media? Welke boeken betoveren ons? Hoe bereiken we leerkrachten, leerlingen en hun ouders? Je leest het hier.
Anke werkte voorheen in de kinderopvang en is daarom behalve leesconsulente dBos ook onze specialis
maandag 12 mei 2014
woensdag 23 april 2014
'De Voorleesexpress is gewoon ontzettend leuk!'
Als onze collega Anke op dinsdag om vier uur binnenkomt staan alle schoenen keurig op een rijtje
in de gang. Want zo gaat dat in een Somalisch gezin. Ze zet haar schoenen er
netjes bij en doet waarvoor ze gekomen is: voorlezen. De televisie wordt uitgedaan en vijf kinderen nemen plaats aan de eettafel in
afwachting van wat er komen gaat.
Gedurende
twintig weken leest Anke als vrijwilligster van De
Voorleesexpress voor in dit gezin met maarliefst negen kinderen. Vier kinderen
in de basisschoolleeftijd, vier op de middelbare school en de jongste is nog
thuis bij mama. Thuis spreken ze met elkaar vooral Somalisch, maar om op school
een beetje mee te komen is het Nederlands toch wel erg belangrijk. En – dat weten
we uit ervaring en onderzoek- voorlezen helpt!
Gedurende
twintig weken komt Anke net als de andere vrijwilligers van De Voorleesexpress
bij de kinderen thuis voorlezen. Het is de bedoeling dat tenminste één van de
ouders er bij aanwezig is zodat hij of zij dit voorleesritueel na die twintig
weken kan voortzetten. Via de openbare bibliotheek zijn er voor de vrijwilligers
speciale voorleestasjes te leen. In deze tasjes zitten: een prentenboek, een handpop
van een personage dat voor komt in het boek, bijpassende kleurplaten en vaak
ook nog spelletjes of foto’s die te maken hebben met het verhaal. De
materialen uit deze tasjes kunnen helpen om op verschillende manieren met
boeken en taal bezig te zijn. Na ongeveer 10 weken gaat de vrijwilliger een keer met
het gezin naar de openbare bibliotheek om
te zien wat daar allemaal is en hoe het er werkt. Het gezin gaat trots naar
huis met een eigen splinternieuwe jeugdpas.
Hoe
zo’n voorleessessie er aan toe gaat? Voor de jongste heeft Anke altijd een
dierenboekje of een boek met flapjes bij zich. Met elkaar bekijken ze het boek.
Moeder doet mee, want ook zij is druk bezig de Nederlandse taal te leren. ‘Ze merkt meteen hoe plezierig het is om met
elkaar boekjes te bekijken en er over te praten,’ vertelt Anke. Voor de oudere kinderen
leest ze een verhaal voor. ‘Dit is altijd het prentenboek dat ik de week daarvoor
ook al heb voorgelezen. Zo herhalen we
de woorden, doen de geluiden van de dieren na en tellen bv. de kippen, schapen
of auto’s. Ondertussen voel ik kusjes op mijn arm, wil er iemand op schoot en
krijg ik iets te drinken. Daarna komt er
een nieuw prentenboek uit de tas waarvan we eerst de voorkant bekijken. Dan voorspellen we met elkaar waar het verhaal
over zou kunnen gaan. Dat is allemaal
onderdeel van het ritueel van het voorlezen. We blijven plaatjes bekijken en
woorden benoemen, beestjes tellen enz. Steeds weer opnieuw,’ licht Anke toe. ‘Nu
we een aantal weken bezig zijn geven de
kinderen ook voorkeuren aan, bv. boeken over boten, vissen of tractoren. Opvallend
is dat ze naar informatieve boeken vragen. En hoewel het bedoeld is voor de
jongere kinderen is ook de broer van 15 enthousiast. Hij vraagt om boeken waar
hij “wat van kan leren. Over panda’s ofzo?”
Toen ik dat de volgende keer bij me had, ging hij stilletjes op de bank zitten
lezen. Ik ging bij hem zitten en samen keken we naar de tekst en plaatjes. Toen
ik hem vertelde dat hij het boek een week kon houden, vond hij dat zo fijn! Zo kon hij de tekst overschrijven en aan zijn juf op
school laten zien.’
Aan
belangstelling en enthousiasme ontbreekt het niet in dit gezin. Gelukkig maar,
want dat is precies wat je nodig hebt om zo’n vreemde taal een beetje onder de
knie te krijgen. Als het na een uurtje toch écht weer tijd is om te gaan (zijn er genoeg kusjes gegeven, is er thee gedronken, een Somalisch hapje geproefd en hangen de kleurplaten aan de muur?) wordt er een stickertje geplakt op de kaart zodat iedereen kan zien hoeveel keer Anke nog komt. En vanachter de gordijnen wordt ze uitgezwaaid. Tot volgende week!
Ook zin gekregen? Meld je aan via www.stichtingwoordwijs.nl want De Voorleesexpress is zo succesvol dat ze gráág nieuwe vrijwilligers verwelkomen.
woensdag 16 april 2014
Voorleeskampioen!
Voorleesvaderselftal
Selectie Vaders Voor Lezen-elftal bekend
In de Amsterdam Arena is het volledige Vaders Voor Lezen-elftal gepresenteerd: Thomas Berge, Leo Blokhuis, Job Cohen, Eric Corton, Beau Van Erven Dorens, Dennis van der Geest, Ronald Giphart, Ruben Nicolai, Bastiaan Ragas, Jeffrey Spalburg en Bram van der Vlugt.
Het elftal is boegbeeld van de campagne Vaders Voor Lezen en zet zich de komende twee jaar in om mannen te enthousiasmeren zelf meer te lezen én meer voor te lezen aan hun (klein)kinderen.
Voorbeeldfunctie
De vaders uit het elftal vormen het gezicht van de campagne, en zullen vanuit hun voorbeeldfunctie alle vaders van Nederland aanmoedigen om vaker een boek te pakken. Ze laten zien dat (voor)lezen leuk en nuttig is: iets om tijd voor vrij te maken. Om aandacht te vragen voor het voorlezen gaan de bekende vaders onder andere ‘optreden’ in bibliotheken en scholen.
Mirjam Oldenhave, schrijfster van onder meer de boeken over Mees Kees, werd eerder al beëdigd als coach van de campagne. Zij staat het elftal bij om vaders te helpen voorlezen.
Onderwijsminister Jet Bussemaker is erg te spreken over het initiatief en hoopt dat vaders zich laten inspireren door het elftal: “Dit voorleesvader-elftal laat andere vaders zien hoe leuk en nuttig voorlezen kan zijn. Het voorlezen van een prentenboek of spannend kinderboek bevordert niet alleen de taalontwikkeling en de woordenschat van jonge kinderen, ook stimuleert het de fantasie. Met als belangrijkste winst dat kinderen door voorlezen straks zelf meer gaan lezen.”
Vaders scoren met voorlezen
Het elftal is gepresenteerd tijdens Lezen Centraal, het jaarlijkse congres van Stichting Lezen. Tijdens de opening van het congres benadrukte Gerlien van Dalen (directeur Stichting Lezen) waarom juist een vaderlijk leesvoorbeeld van belang is. Zo kunnen vaders laten zien dat lezen ook een activiteit voor jongens is. Vaders voegen bovendien iets toe aan de leesopvoeding: vaders en moeders hebben een ander taalgebruik en verschillende voorleesstijlen. Een kwartier voorlezen per dag is een waardevol moment tussen vader en kind en versterkt hun band.

Vaders Voor Lezen
De campagne Vaders Voor Lezen wordt mede mogelijk gemaakt door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en wordt georganiseerd door de Leescoalitie, een samenwerkingsverband tussen Stichting Lezen, Stichting CPNB, Stichting Lezen & Schrijven, het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken en de Vereniging Openbare Bibliotheken. Met Vaders Voor Lezen stimuleert de Leescoalitie vaders en grootvaders om meer (voor) te lezen.
bron: http://www.primaonderwijs.nl/ko/selectie-vaders-voor-lezen-elftal-bekend/
In de Amsterdam Arena is het volledige Vaders Voor Lezen-elftal gepresenteerd: Thomas Berge, Leo Blokhuis, Job Cohen, Eric Corton, Beau Van Erven Dorens, Dennis van der Geest, Ronald Giphart, Ruben Nicolai, Bastiaan Ragas, Jeffrey Spalburg en Bram van der Vlugt.
Het elftal is boegbeeld van de campagne Vaders Voor Lezen en zet zich de komende twee jaar in om mannen te enthousiasmeren zelf meer te lezen én meer voor te lezen aan hun (klein)kinderen.
Voorbeeldfunctie
De vaders uit het elftal vormen het gezicht van de campagne, en zullen vanuit hun voorbeeldfunctie alle vaders van Nederland aanmoedigen om vaker een boek te pakken. Ze laten zien dat (voor)lezen leuk en nuttig is: iets om tijd voor vrij te maken. Om aandacht te vragen voor het voorlezen gaan de bekende vaders onder andere ‘optreden’ in bibliotheken en scholen.
Mirjam Oldenhave, schrijfster van onder meer de boeken over Mees Kees, werd eerder al beëdigd als coach van de campagne. Zij staat het elftal bij om vaders te helpen voorlezen.
Onderwijsminister Jet Bussemaker is erg te spreken over het initiatief en hoopt dat vaders zich laten inspireren door het elftal: “Dit voorleesvader-elftal laat andere vaders zien hoe leuk en nuttig voorlezen kan zijn. Het voorlezen van een prentenboek of spannend kinderboek bevordert niet alleen de taalontwikkeling en de woordenschat van jonge kinderen, ook stimuleert het de fantasie. Met als belangrijkste winst dat kinderen door voorlezen straks zelf meer gaan lezen.”
Vaders scoren met voorlezen
Het elftal is gepresenteerd tijdens Lezen Centraal, het jaarlijkse congres van Stichting Lezen. Tijdens de opening van het congres benadrukte Gerlien van Dalen (directeur Stichting Lezen) waarom juist een vaderlijk leesvoorbeeld van belang is. Zo kunnen vaders laten zien dat lezen ook een activiteit voor jongens is. Vaders voegen bovendien iets toe aan de leesopvoeding: vaders en moeders hebben een ander taalgebruik en verschillende voorleesstijlen. Een kwartier voorlezen per dag is een waardevol moment tussen vader en kind en versterkt hun band.
Vaders Voor Lezen
De campagne Vaders Voor Lezen wordt mede mogelijk gemaakt door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en wordt georganiseerd door de Leescoalitie, een samenwerkingsverband tussen Stichting Lezen, Stichting CPNB, Stichting Lezen & Schrijven, het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken en de Vereniging Openbare Bibliotheken. Met Vaders Voor Lezen stimuleert de Leescoalitie vaders en grootvaders om meer (voor) te lezen.
bron: http://www.primaonderwijs.nl/ko/selectie-vaders-voor-lezen-elftal-bekend/
donderdag 10 april 2014
Van die pareltjes
Tja, waar moet je nou beginnen als je met 5 boeken de deur uit gaat? Eerst dacht ze dat ze Mijn bijzonder rare week met Tess zou gaan lezen. Want iedereen in de klas wilde dat boek. Steeds uitgeleend natuurlijk. En zij kwam hem tegen in de openbare bieb, dus die keuze was snel gemaakt. Vanmiddag kwam ik haar tegen op het schoolplein: 'Hai juf, ben toch eerst in Hoe overleef ik... begonnen.' Ik: 'Had je toch niet zo'n zin in Tess?' 'Ja wel, die lees ik nu, want die andere heb ik al uit. Twee dagen,' grijnst ze me trots toe.
Haar juf (groep 7) vertelde me op datzelfde plein dat ze bij een flink aantal kinderen in haar klas het leesgedrag ziet veranderen en vooral het plezier ziet toenemen. 'Nadat er een stukje uit is voorgelezen, wil echt iedereen dat boek ook lezen. Ze komen mij vertellen hoe leuk het boek is. Ze spreken af wie er daarna aan de beurt is en dat er toch echt dóórgelezen moet worden.'
Inderdaad, zo simpel kan het soms zijn: een stukje voorlezen, samenvatten en iets verderop de draad weer oppakken. Zo komen ze een beetje in het verhaal. Voor een paar kinderen is dat voldoende. Als zij het inderdaad leuk genoeg vinden, doen zij onbewust de rest van de promotie. En mijn missie op de Kinderjury te promoten is geslaagd.
Nog zo'n constatering waar ik warm van word. De meester (groep 6): 'Vanmorgen kwam P. naar me toe: "Meester ik was vanochtend al om zes uur wakker." Oh, da's balen, zei ik toen. "Nee hoor, helemaal niet! Ik ben in bed gaan lezen." Daar word je toch blij van?'
Ikke wel, mees!
En dan nog onze kleine vriend uit groep 4. Tijdens een gastles raakten we in gesprek over zijn dwarse bui van dat moment. Alles al gelezen. Vindt ie. Niks is leuk. Denkt ie. 'Weet je wat je doet? Kom naar de bieb, vraag naar mij en we gaan samen zoeken.' En inderdaad, hij meldde zich keurig netjes, hing zijn jas op en zette de knop om. Rende als een dolle van de ene kast naar de andere, trok boeken uit de kast, ging zitten om te kijken, liet zijn oog weer op iets anders vallen, bedacht zich, wist niet wat ie kiezen moest en riep opgewonden door de bieb 'Hoeveel mag ik eigenlijk? ... Tién? Écht?'. Ging na een half uur hieper de pieper met twee boeken naar huis. Volgende week zie ik hem weer tijdens de gastles. Ben benieuwd!
![]() |
Haar juf (groep 7) vertelde me op datzelfde plein dat ze bij een flink aantal kinderen in haar klas het leesgedrag ziet veranderen en vooral het plezier ziet toenemen. 'Nadat er een stukje uit is voorgelezen, wil echt iedereen dat boek ook lezen. Ze komen mij vertellen hoe leuk het boek is. Ze spreken af wie er daarna aan de beurt is en dat er toch echt dóórgelezen moet worden.'
Inderdaad, zo simpel kan het soms zijn: een stukje voorlezen, samenvatten en iets verderop de draad weer oppakken. Zo komen ze een beetje in het verhaal. Voor een paar kinderen is dat voldoende. Als zij het inderdaad leuk genoeg vinden, doen zij onbewust de rest van de promotie. En mijn missie op de Kinderjury te promoten is geslaagd.
Nog zo'n constatering waar ik warm van word. De meester (groep 6): 'Vanmorgen kwam P. naar me toe: "Meester ik was vanochtend al om zes uur wakker." Oh, da's balen, zei ik toen. "Nee hoor, helemaal niet! Ik ben in bed gaan lezen." Daar word je toch blij van?'
Ikke wel, mees!
En dan nog onze kleine vriend uit groep 4. Tijdens een gastles raakten we in gesprek over zijn dwarse bui van dat moment. Alles al gelezen. Vindt ie. Niks is leuk. Denkt ie. 'Weet je wat je doet? Kom naar de bieb, vraag naar mij en we gaan samen zoeken.' En inderdaad, hij meldde zich keurig netjes, hing zijn jas op en zette de knop om. Rende als een dolle van de ene kast naar de andere, trok boeken uit de kast, ging zitten om te kijken, liet zijn oog weer op iets anders vallen, bedacht zich, wist niet wat ie kiezen moest en riep opgewonden door de bieb 'Hoeveel mag ik eigenlijk? ... Tién? Écht?'. Ging na een half uur hieper de pieper met twee boeken naar huis. Volgende week zie ik hem weer tijdens de gastles. Ben benieuwd!
dinsdag 25 februari 2014
Fantastische voorleesmiddag met twee Voorleeskampioenen
Ik geloof niet dat er vorige jaren zoveel meesters en juffen waren om de voorleeskampioenen van hun school aan te moedigen tijdens de lokale ronde van De Voorleeswedstrijd. Vaders en moeder, opa’s en oma’s, broers en zussen, dikke vrienden
en hartsvriendinnen waren natuurlijk ook van de partij in de bieb. Twaalf leerlingen mochten hun school vertegenwoordigen
en dat hebben ze geweldig gedaan. ’t Was best een lange zit, maar het verveelde geen
moment. Deze geoefende voorlezers hadden heel afwisselende fragmenten gekozen uit boeken van bekende en minder bekende schrijvers. Grappige
stukjes kwamen voorbij maar ook trieste passages waar iedereen even stil van
werd. Zoals Jennifer, die afgelopen jaar deel uitmaakte van het Capelse Kindercollege waar zij het initiatief nam tot een Anti-Pestcampagne. Toen zij uit Spijt!
het stuk voorlas waarin de klas afscheid neemt van Jochem die wegens pestgedrag zichzelf verdronken had, moest het publiek wel even slikken. Ook Isabel koos
voor een wat triester stuk uit Hoe overleef ik een gebroken hart waarin iemand doodgaat.
De boeken van Carry Slee
kwamen in deze voorleesreeks vier keer langs. Isa beet het spits af met een mooi stuk uit Vals! Altijd lastig, de eerste zijn, maar ze draaide daar haar hand niet voor om. Toen Naomi als tweede voorlas uit Lover or loser (ook van Slee) wist de jury meteen dat het moeilijk zou worden. Wat zijn ze goed dit jaar!
Naast bekende namen als Slee, Oomen en Van Loon werden ook nieuwere en/of minder bekende schrijvers gepromoot. Zo trakteerde Kaynaat ons op een stuk briefwisseling tussen een jongen uit 1944 en een meisje van nu. 'Mijn boek heet Post uit de oorlog en Anna Woltz is echt mijn
lievelingsschrijver.’
Cyanne koos niet voor haar favoriete schrijver maar voor haar lievelingsonderwerp: dansen. Vorig jaar mocht ze met haar dansgroep meedoen met
de voorrondes van het tv-programma Everybody
dance now. Ze haalden de uitzending niet, maar het was wel een enorm leuke ervaring.
Vanzelfsprekend dat een boek als Starschool dan te gek is om (voor) te lezen.
Siënna
vindt zichzelf niet zo’n lezer, maar door voor te lezen aan haar vier broertjes en één
zusje heeft ze duidelijk talent ontwikkeld. Ook zij koos voor een boek dat niet alle leerlingen kennen: C-brieven van Marina Defauw. Alexander is naar eigen zeggen ook meer van de
cijfers dan van de letters. Hij is gek op rekenen en wil daar later ook echt
iets mee gaan doen, maar voorlezen uit een lekker jongensboek als De grijze
jager gaat hem zeker niet verkeerd af. Julian, de tweede jongen tussen
tien meiden, is daarentegen wel een echte lezer. Hij houdt er van, doet het vaak en graag. Vorig
jaar hield hij zijn boekbespreking over Leeuwenroof van Paul van Loon. Dat pakte goed uit en hij koos dat fragment ook uit voor deze wedstrijd. Dila kwam eveneens met een goed voorbereid stukje van Van Loon het podium op. Zij won vorig jaar tijdens de voorleesvoorronde op school Weerwolfnachtbaan en bedacht dat dit boek haar vanmiddag misschien geluk zou kunnen brengen.
Een mooi nieuw boek kwam voorbij toen stoere
Nusaiba (‘Zenuwachtig? Nee hoor!’) haar Carry Sleefragment op het laatste moment opgaf en voor Spinder koos, de winnaar van
de Gouden Griffel van het afgelopen jaar. Wie er aan begint vindt het zeker mooi.
En last but
not least was Misha aan de beurt. Starten is spannend maar afsluiten ook! Maar van verslapte aandacht was gelukkig geen sprake toen Misha in de stoel zat en begon te lezen in Hoe overleef ik de brugklas. Dat zij –volgend jaar
zelf een brugklasser- zich goed kon inleven was duidelijk te zien en te horen. En dat het
inderdaad niet least was hoorden we 10 minuten later van de vakkundige jury: Patricia van Schaik van De Voorleesexpress en onze eigen voorleescollega Ellen Hamerslag. Misha (Kortland) bleek samen met
Dila (Contrabas) de kampioen van Krimpen en Capelle. Zij mogen door de regionale ronde in Schoonhoven op 12 april. Zet hem op meiden!
| Dila leest uit Weerwolfnachtbaan |
| Misha leest uit Hoe overleef ik de brugklas |
donderdag 13 februari 2014
Boeken voor jongens!
Zeer zeker niet met de bedoeling om onaardig te doen, maar
hij zei het toch maar even: ‘De aanleiding zit voor mij.’ Gelukkig wel met een
knipoog, maar daarom niet minder waar. Daniël Albering van kinderboekwinkel De Kleine Kapitein in Rotterdam doelde
op ons. Wij vrouwen zijn de aanleiding van de aandacht die hij vraagt voor jongens. Boeken voor jongens om precies te zijn. ‘Als je als jongetje geboren wordt, kom
je meteen in wereld vol vrouwen: mama, de mevrouw van het consultatiebureau
en de vele juffen op de basisschool. Als het gaat om lezen en boekadvies, gaat dit nog even door bij de dames in de bibliotheek. En
ook bij mij in de boekwinkel werken vooral vrouwen. En vrouwen zijn anders dan
mannen. Ze kiezen en adviseren ook anders dan mannen.’
Daniël Albering deelt zijn zorg over en roep om aandacht voor
deze kwestie met kinderboekenschrijver Tjibbe Veldkamp die zijn standpunt in meerdere artikelen verspreidt. En meer en meer mensen worden zich
hiervan bewust. Voor ons reden om er een Open Boek Netwerkmiddag voor leerkrachten aan te wijden.
Dat jongens in zijn algemeenheid meer lees- en
leesplezierproblemen ervaren dan meisjes mag bekend zijn. Dat heeft met een
aantal aspecten te maken. Ten eerste is daar de aandachtscurve. ‘Die is bij jongens gewoon
veel korter dan bij meisjes. Herken je die jongens? Boek uit, volgende. Uit,
volgende, uit volgende. Een daarmee komen we meteen bij het tweede aspect, want
als het aanbod van boeken die zij leuk vinden dan klein is, tja…’ aldus Daniël.
Voor zijn eigen zoon bleek een mooi geïllustreerde dierenencyclopedie
de oplossing. Op woensdag lazen ze De
Reptielen. Op donderdag De
Geleedpotigen en op vrijdag De Gewervelden. ‘We hebben zo wel een jaar in dit boek gelezen. Informatieve
boeken schenken jongens over het algemeen veel plezier. En onderschat
het effect op de woordenschat niet. Je zult je verbazen over dat kind in je
klas dat vaatwasmachine niet kan lezen maar moeiteloos door Tyrannosaurus Rex
en al zijn kenmerken vliegt.’
Als het over speelgoed gaat, dan behandelen we jongens en
meisjes volgens Daniël wel verschillend. En loop inderdaad de speelgoedwinkel
maar eens binnen. Links staan de poppen, de make-upjes en de roze spulletjes,
rechts staat het speelgoed voor jongens: schieten, bouwen, vechten en andere
wilde dingen. Ook op de populaire spelletjessite spele.nl is in één oogopslag
te zien wat voor meisjes -en vooral niet voor jongens- bedoeld is.
Natuurlijk, je kunt er wat van vinden. Eén van de leerkrachten associeerde
deze nieuwe trend om jongens- en meisjesboeken van elkaar te scheiden met
ouderwets. ‘Ik kan wel meegaan in dit verhaal, maar om nu een kast te maken met
jongensboeken en een kast met meisjesboeken gaat me wat ver. Ik ben daar niet
voor.’ Feit is wel dat de verschillen er zijn tussen jongens en meisjes. Een
andere leerkracht reageerde met een zucht van verlichting: ‘Ik vind het juist fijn
dat we eindelijk weer eens mogen vaststellen dat jongens geen meisjes zijn.’ In
de boekwinkel merken ze ook dat dit onderscheid werkt. Door de jongensboeken apart te
zetten zijn ze vindbaar voor jongens. En dat
vinden ze fijn.
En gelukkig weet Daniël zijn stelling ook te nuanceren. Want
natuurlijk zijn er meisjes die dit ook leuk vinden. Die zijn vanzelfsprekend welkom
om óók in die kast te kijken. Zijn punt van de middag: niet de meisjes hebben
de aandacht nodig, maar de jongens. Simpelweg omdat zij meer moeite hebben met
lezen, het leesplezier minder ontwikkelen en/of vasthouden en ook omdat het
aanbod voor deze groep gewoon echt kleiner is dan voor meisjes. En om goed te
lezen (erg handig voor de Cito) moet je kilometers maken en dat gaat het beste
in boeken die je leuk vindt. Series zijn daarvoor bijzonder geschikt. Vind je
het eerste deel leuk? Dan vind je dat van de rest van de serie meestal ook. Dát
zorgt voor kilometers.
Tijdens zijn betoog werden we getrakteerd op een uitgebreide
boekenshow met voorgelezen en vertelde verhalen uit prentenboeken (waaronder Roek
de ridder en Helden op sokken). We kregen een inkijk in allerlei meer en minder
bekende Wist je dat?-boeken die ook zijn verschenen in de lagere avi niveau’s
voor de beginnende lezers. Evenals de wat stoerdere eerste leesboekjes zoals bij voorbeeld: het
boek van teun.
En wat dacht je van moppenboeken? Moppen zijn kort. Dat is al
fijn. En ze zijn grappig. Ook erg in trek. En er zit altijd wel een
taaldingetje in. Moppen zijn heel geschikt voor de ontwikkeling van leesbegrip.
Maar vooral ook lekker ontspannend. Een leerkracht groep 8 beaamde dit: ‘Ik
merk dat de jongens in mijn klas momenteel allemaal moppen- of stripboeken bij
zich hebben voor na de Cito.’
Dat past ook goed in de huidige trend die vooral op humor is
gericht. Je merkt het aan de populariteit van de Leven van een loser-boeken. En aan de boeken die daar op lijken en
meeliften op dat succes zoals Hugo’s
masterplan en de boeken van Niek de Groot en Tom Groot. Ook erg leuk is Oma Boef (Daniël:
‘Ik schat hem in als een nieuwe Roald Dahl’) en voor de boom-klim-jongens is inmiddels
het tweede deel verschenen van De waanzinnige
boomhut, prachtig vertaald door Edward van de Vendel. De boeken van Het reuzenrad mysterie zijn een beetje
te vergelijken met de De Vijf-boeken
die wij vroeger lazen. Boy 7, superspannend. Al is ie vooral geschikt voor de
wat betere lezer.
‘Weet je, ik ben boekverkoper. Maar feitelijk zijn jullie
dat ook. Laat de boeken zien als ze je school binnenkomen. Aan je collega’s en
aan de kinderen. Neem de tijd om ze te bekijken en er iets over te vertellen.
Veel leerlingen hebben een zetje nodig. Lees het eerste hoofdstuk samen. Ik
deed dat ook met mijn eigen zoon. Gewoon om hem het boek in te verleiden. De
laatste vakantie had hij Spinder
meegenomen. Hij deed van alles, maar Spinder
bleef liggen. Tot we samen het eerste hoofdstuk lazen. Vier dagen lang heeft
hij met het boek op een bedje in de zon gelegen.’
En dat Daniël deze kunst van het verleiden verstaat was tijdens
de voorleesfragmenten en de reacties na afloop wel duidelijk. ‘Ik werd er zo hebberig van!’
Toen we tot slot de bieb nog even inliepen om met de nieuw
opgedane kennis jongensboeken te lenen voor school, zei een kleuterleerkracht: ‘Oh dat vind ik nou zo leuk. Ik zie hier mijn
kinderen rondlopen. Met het boek waarover we in de klas sinds twee dagen werken.'
Abonneren op:
Posts (Atom)











